Byebye Beri

Eens de kogel door de kerk dat we van Chile Chico terug noord gingen rijden, hadden we plots een zee aan tijd. Voor het eerst had ik niet steeds de drang om alsmaar verder te rijden, niet de schrik iets te missen in de toekomst omdat we het nu té rustig aanpakten. Een grote les voor de volgende keer: geen einddatum. Nah!

rustig1

rustig2

Lore mocht even gidsen

 

 

 

 

 

 

 

rustig3

rustig4

rustig5

rustig6

rustig7

rustig9

rustig10

Dus wij terug naar de streek van Bariloche, waar we alle wandelingen deden die je zonder tent kon doen. Dat werd een vast thema de laatste twee maand. En als plus: kan ik lekker veel nieuwe wandelwegjes intekenen in Openstreetmap. Geen dank.

bariloche0

bariloche1

bariloche3

bariloche6

bariloche4

bariloche8

bariloche9

bariloche10

bariloche11

bariloche2

bariloche12

bariloche13

bariloche15

bariloche16

bariloche17

bariloche18

 

Het is een prachtige streek, maar toch, aan Chileens kant is het wat anders. De bergpas is amper meer dan 2000 meter, en toch lijkt het bos aan de overkant meer op tropisch regenwoud dan op het bos in Bariloche. Uiteraard in de onderbegroeiing, omdat het meer regent. Veel meer soorten bomen, niet zoals bij ons één of twee dominante soorten. En beestjes!

 

regenwoud2

regenwoud5

regenwoud3

regenwoud0

regenwoud1

regenwoud4

vulkaan11

Het zuiden van het vasteland van Chile is een aaneenschakeling van meren en vulkanen. Die laatste zijn helaas (of gelukkig) pas nadat wij er waren een nieuwsfenomeen geworden. Maar dat maakt het niet minder spectaculair om het bos ten einde te zien komen omdat er ooit een lavastroom voorrang van rechts had. Als we weer eens aan de voet of bij de krater van een vulkaan waren, moest ik Lore steeds gerust stellen. “Die Chilenen houden hun vulkanen wel in de gaten. Een uitbarsting kondigt zich wel aan door gerommel en bevingen”, en dies meer onzin. De Chalbuco, niet beklommen omdat we eten vergeten meenemen waren, is gewoon zonder monitoring en zonder aankondiging plots gaan blazen. Veel van de bossen die we bezochten, liggen nu onder een dikke laag as. De Villarica, die andere vulkaan die deze herfst van zich liet spreken, hebben we wel zien roken.

vulkaan10

vulkaan12

vulkaan17

GSM ontvangst! Even de papa onze coördinaten doorgeven

 

vulkaan16

vulkaan22

vulkaan18

vulkaan20

The places she will take you…

vulkaan21

vulkaan24

P1140260

vulkaan5

vulkaan2

 

vulkaan14

vulkaan15

vulkaan23

vulkaan9

vulkaan7

vulkaan8

Tijd dus, tijd met hopen. Om te wandelen, om goed te eten, en om andere overlanders te leren kennen. Onze favorieten, Paws on Tour, kwamen we nog twee keer tegen. Eerst ontmoet in Vilcabamba, Ecuador, dan Salta, Argentinië, dan Esquel, Argentinië en tenslotte Santiago, Chile. We brachten ook een dag of wat door met de gelukzakken die Berenjena haar broertje hadden gekocht voor een trip van zes maanden. Hij heet Caracol, de huisjesslak. De eerste bijeenkomst van de wereldwijde Kia Ceres camper populatie was een feit.

mensen1

mensen2

Dit deel van Chile werd vooral bevolkt door de Mapuche, een ongelofelijk stel Indianen. Een van de weinige streken die de Spanjaarden eenvoudig niet klein kregen. Pas met de uitvinding van het moderne geweer heeft de Moderniteit hen klein gekregen. Het ideale moment voor een van de grootste – en meest vergeten – bosbranden aller tijden. Een hele regio werd plat gelegd, de lokale bevolking verjaagd en vervangen door Duitse kolonisten. Dat gaf wel wat spanning in de rest van Chile: die Duitsers waren protestanten, geen katholieken.

Het geeft een vreemd contrast, een zeer Europees aandoend gebied, maar toch met te veel vulkanen en te exotische lapjes bos.

huisjes1

huisjes2

huisjes3

Wij zijn geen zeemensen. Mij doet het niet veel. Lore is er eerder tegen: snijdende wind, en een voor eens heel erg te verantwoorden angst voor tsunami’s. De stranden aan de meren waren meer ons ding: zoet water, wellicht drinkbaar, rustig, en vlak bij de bergen. Maar de kust bij Valdivia was geweldig. Kamperen bovenaan een klif, een bizar en verlaten strand, natuur die op de zee uitgeeft en waar je de zeeleeuwen en de zeeotters op jacht ziet, bossen die er weer helemaal anders uit zien dan in de Andes. En paadjes die nog niet op Openstreetmap staan, natuurlijk.

zee0

zee1

zee2

zee3

zee4

zee5

zee7

zee8

zee9

zee10

Ondanks onze trage vlucht richting Noord, werden we toch langzaam aan door de herfst ingehaald. De temperatuur bleef aangenaam, maar de dagen werden rap minder lang. De blaadjes verkleuren, de wespen worden agressief en beginnen langzaam aan te sterven, de braambessen rijpen en verrotten. De eerste nachtvorst, de eerste sneeuw op de bergtoppen. Nog een laatste échte wandeling. Tot we de laatste week er de vaart in steken – bij Santiago is het diep in de herfst een heerlijke 27 graden.

herfst1

herfst5

herfst6

herfst2

herfst3

herfst4

herfst7

herfst8

herfst9

herfst10

 

herfst12

 

herfst14

herfst15

einde3

Laatste oplapwerk om de verkoopbaarheid te vergroten

 

De cardan breekt, maar de auto blijft wat raar doen. Een echte vier maal vier is het nooit geweest, en dat merkt onze koper maar al te goed als we het ongelofelijke weggetje naar zijn huis nemen. Genoeg reden voor hem om nog een miljoen van de prijs af te lullen. Maar we zijn maar wat blij als het contract getekend is. En nog blijer als blijkt dat hij niet meer verwacht dat wij de wagen terug naar de bewoonde wereld rijden. Een week of twee geleden werd ik nog een tikkeltje hysterisch bij de gedachte naar huis te keren. Maar nu is de reis echt voorbij. We hebben nog een dag of vier om te bekomen, hier in ons appartementje in het centrum van Santiago. Gigantisch, zeker zes keer zoveel leefruimte als in Beri – en mini, zeker drie keer kleiner dan ons huisje in Gentbrugge. Geweldig internet, een moderne stad om ons heen. Het is onwezenlijk, ons Verlengd Weekend verdient zijn naam. Over een week of twee zijn we al vergeten dat we ooit weg waren, en genieten we weer van een wandeling door het Hallerbos. En toch, het mag dan gedaan zijn, echt over is het nooit. Thuis is de Dacia Dokker bijna klaar, daar kan ook een bed in. En er wachten nog een paar continenten op exploratie. En de Himalaya wil ik toch wel eens met de brommer doen. En Bolivia met een échte 4×4. En Colombia in een maand of drie. Centraal Amerika. De westelijke VS. Canada en Alaska. Maar dromen is niets voor ons. Nu naar huis, een beetje werken, en dan nog maar eens “de reis van ons leven”. Yeah, baby.

einde0

Byebye Beri

 

einde2

The Lost and Found

Ik ben natuurlijk bijzonder goed in dingen verliezen. Gelukkig is dat binnen Beri meestal een probleem van korte duur. Even Lore enerveren door alwéér te vragen waar dat ligt, en we zijn er. Uiteraard ben ik op de trip alleen naar Buenos Aires een van onze high tech sneldrogende handdoeken verloren. Maar deze reis vinden we vooral dingen.

Een groepje Argentijnse jongeren die op ons wildkampeerplaatsje kwamen drinken, lieten behalve hun afval ook een euro of vijf aan Argentijnse pesos achter. Dank u! We hebben in de auto ook 10 Roebelcent gevonden. Bijna even nuttig als het muntstuk van 1 Chileense Peso. Dat is dus een muntstuk ter waarde van ongeveer een tiende van één eurocent. Als het seizoen nog niet voorbij is, kunnen we daar misschien nog eens 4 gram appels voor kopen.

20150319_170022

Wereldschokkender was de vondst van spitstechnologische ultralichte opplooibare wandelstokken. Het ziet er redelijk idioot uit, met twee van die stokken wandelen, maar sinds kort doen we het altijd. Lore krijgt de kwaliteit, ik heb bamboestokken op maat gebroken. We hebben ze opgezocht, de opplooibare, en die kostten meer dan 100 euro. Ze lagen op een pad, nog in het zakje en al. Omwille van ons karma, nam ik toch de moeite om de receptie van ons wandelaarshotel op de hoogte te stellen. Gelukkig liet de rechtmatige eigenaar niets van zich horen.

P1130830

Even nuttig als wandelstokken vinden op een wandeling, is handschoenen vinden aan de voet van een gletsjer. Alweer topkwaliteit, gloednieuw, en helaas alweer de maat van Lore. Maar ze zat er eens zo gelukkig mee op haar paard.

We namen acht stuks bestek mee uit België (of moet ik zeggen uit Zweden?): 2 vorken, 2 messen, 2 lepels, 2 koffielepeltjes. Van die laatste waren we er vrij snel een kwijt. En niet lang daarna vonden we dit bijzonder schattige vorkje. Een vork is geen lepel, maar toch.

Recentste aanwinst is onze selfiestick. Aan het begin van onze trip geen enkele gezien, tegenwoordig lijkt iedereen het te hebben. Voor de oudjes en de nog-minder-hippe-mensen dan wij: dat is een ding waarmee je je smartphone in de lucht houdt om nog betere zelfportretten te nemen. Niet lang geleden was ik vol vuur cafépraat aan het verkopen tegen de selfiestick. “O, symbool van deze tijd. Geld uitgeven aan een gadget dat ons in staat stelt om toch vooral niet aan een vreemde te moeten vragen om ons portret te nemen.” Maar karma is snel, en op ons pad lag zo’n stick. We stonden langs hetzelfde pad gekampeerd, dus ik heb het ding nog een tijdje tentoongesteld, in de hoop dat de rechtmatige eigenaar hem zou zien. Helaas.

De selfiestick is evenwel de meest hilarische vondst gebleken. De afstandsbediening werkt niet, maar het ontdekkingsproces van hoe je er een foto mee neemt was geweldig. Vooral omdat die veel te dure telefoon van mij gewoonweg een foto kan nemen als je er “smaail” tegen roept. Die blikken van verwondering, hoe ontroerend!

20150313_175006 20150313_175024 20150313_175033 20150313_175038 20150313_175042 20150313_175056

Patagonia

Patagonia: mooie dorpjes, verdwaalde nazi’s, eindeloze bossen. Allemaal dingen die je niet tegenkomt. Patagonia is vooral enorm. Argentinië is te groot om voor Belgen zelfs maar bevattelijk te zijn, maar alleen al Patagonië is gigantisch. In het noorden van het gebied staat er nog steeds meer dan 2000 kilometer op de teller tot Het Einde van het Land. Toch laat het zich eenvoudig samenvatten, van oost naar west: eindeloze lege woestijnkust, eindeloze dorre en winderige vlakte, een niet zo heel hoge Andes met nogal wat vulkanen, gletsjers en meren, en over de Andes: Chile, koel en onbereikbaar regenwoud. Aan Argentijnse kant volg je de fameuze Ruta 40. Bijna geheel geasfalteerd, en hier en daar zelfs zeer mooi. Een bizar gebied met enkele honderden kleine vulkaantjes voelt als de toegangspoort.

P1110860

 

Oeps, lichten vergeten uitzetten. Maar deze meneer zag ons sukkelen en kwam spontaan helpen.

P1120048

P1120059

P1120072

Een van de highlights voor ons was de voet van een serieuzere vulkaan. Omdat de zomer Patagonisch is, komen we toe in een sneeuwstorm. Dat gaf sfeer, en een slecht humeur voor Lore. Ik was te druk bezig met opgelucht zijn dat de storm ons niet omver blies. De volgende dagen stoomde de vulkaan:  sneeuw in een hete krater, ziet u. Het landschap een en al basalt – lava die nooit bovengronds geraakte en dan maar kristalliseerde. Kristallen van 60 centimeter doorsnede. En niets groeit in basalt, behalve monkey puzzle trees, of pehuenes (peeweenes). U kent ze wel, die vreemde boom in de tuin van die buurman met de slechte smaak.  In dit landschap, eens volgroeid, een buitenaards zicht.

P1110937P1110908

P1110940

P1120035

Pas een dag of wat verder is er weer een groen stukje aan Argentijnse kant: Bariloche en zijn route van de zeven meren. Waar we niet op gerekend hadden: vanaf 1 januari begint de zomervakantie van de Argentijnen. Op één dag zien we meer motorhomes dan op de hele reis tot nu toe. En waar wij tot nu toe de pruttelkar hadden onder de overlanders, zijn we nu gewoon een van de velen die met een oude, vreemde bak rondtoeren. We delen de bossen dus met véél Argentijnen. Enige voordeel: die Argentijnen zie je niet op de wandelpaden, die zijn te druk bezig met barbecueën en wijn zuipen.

P1120243

P1120357

P1120092

P1120097

P1120134

P1120164

P1120170

P1120175

P1120210 

P1120255

P1120329

En dankzij het geweldige iOverlander, vinden we zelfs een wildkampeerplaatsje waar we zo op ons gemak zijn dat we er twee dagen blijven. Een idyllisch beekje maakt het af, een optimistische Joost sprong er bijna in – tot de alreeds in het water vertoevende tenen luid en duidelijk “nope!” meldden. De meren zijn net warm genoeg om in te zwemmen, de riviertjes zijn puur smeltwater.

P1120279

P1120266

In Chile is het pas echt Patagonia waar het vasteland ophoudt. Zowat halverwege Santiago en Vuurland houdt de snelweg op, wegens geen land meer om die op te leggen. Vanaf hier is het land in de zee weggezakt, te veel door gletsjers in stukken geslepen. Voor het eerst sinds Ecuador is hier regenwoud aan de Pacifische kust. De onbereikbaarheid maakt dat het nog behoorlijk ongerept is. Pas in de tijd van Pinochet werd een poging gedaan om de enkele dorpjes hier te verbinden met een weg. Ondertussen zijn er al heelder stukken geasfalteerd, maar veel ervan is nog steeds bijzonder slecht. Hier ben je voor het eerst ook echt in het diepe zuiden: al zit je niet verder van de evenaar dan pakweg Barcelona, op elke wat hogere heuvel ligt wel een gletsjer.

P1120419

P1120429

P1120453

P1120572

P1120593

P1120615

P1120617

P1120643

Bezoekers op wereldreis, ik kan het u verzekeren, het is een bron van stress. We geraakten net op tijd in El Calafate, Argentinië om Lore’s pa op te pikken. Onze eerste indruk van zo diep in het zuiden: 10 graden, ijzige wind, miezerige regen. Feels just like home. We vertrokken te paard met Mathieu, zijn kameraad Marc Warm Water (tja, zo kenden we die mens), olijke gids Luciano, Parisienne en tijdelijk hulpje Gaelle en nog een verdwaalde Franse toerist. Lichtjes anders dan de haast militaire discipline van onze paardrijtocht in Marokko, bestond hier de helft van de dagen uit wachten tot alles klaar was om te vertrekken. De andere helft bestond uit tweeliterflessen wijn legen. Dat laatste vooral de taak van de heren op middelbare leeftijd. Het onderdak was ook, laten we zeggen, bijzonder. Edoch, een bijzonder fijne tocht, waar ongetwijfeld nog jarenlang legendarisch over gedaan gaat worden. Die keer dat Lore bijna een paard-met-halve boom over zich kreeg. Die keer dat twee beesten ’s ochtends vermist bleken. Die keer dat een overladen vrachtpaard vol in galop wegschoot. Die donkere krochten waar we in moesten slapen. Dat weer: regen, zon, sneeuw, en dat binnen de tijdspanne van een half uur. Wat mij misschien nog het meest gaat bijblijven: hoog in de bergen, een heuvel vol gaten van beesten die ze “toeketoek” noemen, Latijnse naam, echt waar, tuco tuco – een heuvel die ’s nachts tot leven komt met een hartslag van toeketoek toeketoek toeketoek, de conversatie van de toeketoek. Of het stuk vol dode bomen: hier was een jaar of vijftig geleden een bosbrand. Nog steeds geen teken van herstel.

P1120810

P1120831

P1120769

P1120869

P1120894

P1120900

P1120917

P1120922

P1120952

 

In onze ongeplande reis van Ushuaia tot Colombia geraken we niet in Colombia. En nu ook niet in Ushuaia. Het zuidelijkste punt wordt Puerto Natales, uitvalsbasis voor Torres del Paine. Een van dé highlights van Zuid Amerika, om redenen die ons nooit geheel duidelijk worden. Prachtig, dat wel, maar wat ons betreft gewoon beter gemarketed dan zoveel andere berglandschappen. Het meest bijzondere was nog dat dit het dichtste komt bij een safari zoals in Afrika. Wie dat ooit gedaan heeft, blijft Zuid Amerika een door dieren onbewoond gebied noemen. Maar hier zie je niet één of twee guanacos. Hier zie je heelder kuddes, en daarna nog meer kuddes. Spijtig genoeg nog steeds niet voldoende om pumas te overtuigen een spectaculaire jachtpartij in te zetten. Ook de lokale struisvogels zie je hier vaak. Plus meer condors dan de afgelopen tien maand samen.

P1130027

P1130030

 

P1130061

P1130093

Dus de snuit nog eens gewend, en vijfhonderd kilometer woestenij doorploegen, in het gezelschap van gordeldieren en stinkdieren. Dan nog eens de streek van Bariloche, deze keer zonder massatoeristen. En dan nog een maand of twee om het Chileense Lake District en de wijnvalleien te bezoeken. De bak pruttelt vooralsnog vrolijk verder, en ze is al voor de tweede keer verkocht. Klaar om naar huis te gaan: nog niet helemaal.

 

The long way South

Tot Cuzco waren we onderweg nauwelijks andere overlanders tegengekomen. Af en toe kruisten we wel eens iemand, maar niet veel meer dan dat. Maar iedereen gaat naar Cuzco, en er is maar één camping, dus daar zat het vol. En iedereen was op weg naar het Zuiden. Zo langzamerhand begon het wel eens dringend tijd te worden richting Patagonia af te zakken, want daar kan je maar een paar maand per jaar een beetje deftig reizen. Iedereen moet ook door La Paz, op weg naar de Salar de Uyuni and all that. Opnieuw: een gezellige bende, zowat allemaal op weg naar het Zuiden. Toen wij er eindelijk vertrokken, was iedereen al weer op weg. En in Salta, Argentinië, alweer zo’n vaste waarde, alweer een volle camping. Op een enkele uitzondering, op weg naar het Zuiden. Allemaal eerder trage reizigers, allemaal met een achterhoedegevoel. En een heel aantal hadden we al ontmoet in La Paz, Cuzco, of zelfs in Ecuador. Hoewel je een beetje een asociale gek moet zijn om te gaan overlanden, toch een gezellig boeltje. Zo gezellig dat we er na een dag of twee ook wel weer genoeg van hebben.

P1110229

P1110236

beest03

Wie ons reiskaartje eens goed bekijkt, zal het wel zien: van Cuzco tot Mendoza, halverwege Argentinië, gaat het in bijna rechte lijn. Ruwweg 3000 kilometer zuid in anderhalve maand. Gemiddeld 66 kilometer per dag, niet bepaald een rotvaart – maar voor ons voelde het toch als een hels ritje. Mijn verlengd weekend in Buenos Aires en die week in Coroico heeft het gemiddelde natuurlijk ook naar beneden gehaald.

P1110190

P1110261

P1110289

P1110292

P1110335

P1110405

P1110453

P1110571

P1110602

P1110606

P1110628

De noordelijke helft van Argentinië laat zich goed genieten vanuit de auto, en nog nooit zoveel wildlife gezien al rijdende: het begon al aan de grens met toekans. Leguanen, spechten, een schildpad, guanaco’s (wilde lama), ontelbare vossen, zij kruisten ons pad. In het uiterste noorden nog een spat yungas (tropisch woud op de bergen), daarna eindeloze woestijn.

beest01

beest02

beest04

beest05

In Mendoza beseften we dat even oversteken naar Santiago de Chile allerlei voordelen had: papperassen van de auto aanpakken, Chileens gas inslaan, nieuwe schoenen kopen zonder importtaksen, nieuwe onderdelen inslaan voor Beri. Eens dat allemaal achter de rug, bleek het Kerstmis te zijn. En wat rekenwerk leerde ons dat we niet zo geweldig gehaast meer moesten zijn. Tegen 50 kilometer per dag, geraken we op tijd in El Calafate. Wie ons reiskaartje bekijkt, ziet dat we sindsdien een beetje aan het zigzaggen zijn geslaan.

P1110638

 

Bolivia

Bolivia, o land onzer dromen. Zoals dat wel eens gaat met dromen… Bolivia kondigt zich al op de Peruaanse altiplano aan, in de mini-corruptie van de flikken. Hier proberen ze je niet met een boete op te zadelen, maar willen ze een vrijwillige bijdrage, ‘para la gaseosa’ (voor een frisdrankje). Letterlijk 20 eurocent vragen ze dan. Als je de vragen gewoon negeert of afwimpelt, geven ze rap op. Zelfs  te lui om écht de corrupte flik uit te hangen. Bij de grens zijn de beambten bepaald niet enthousiast dat je hun land komt bezoeken. Niet de administratieve pseudo-sérieux die je soms tegenkomt, maar gewoon pure desinteresse. De gereserveerdheid van de hooglandmensen, zullen we het maar noemen. Het eerste wat je moet doen bij aankomst in Bolivia, is smeken bij zo’n lastigaard dat je alsjeblieft de 90 dagen bezoektijd krijgt waar je recht op hebt, niet de 30 dagen die ze standaard in toeristenpaspoorten zetten. Kwestie dat je toch zeker niet te veel geld zou spenderen, nietwaar.

20141103_170811

P1100692

P1100722

P1100745

Volgende uitdaging: tanken. Benzine en diesel is net als in Ecuador gesubsidieerd. In tegenstelling tot Ecuador, heeft Bolivia echter bijna geen olie. Het is dus echt een negatieve belasting op benzine. Maar je kan moeilijk van een straatarm land verwachten dat die ónze diesel zou subsidiëren. De meeste andere overlanders verwachten dat wel, grappig genoeg. Maar Evo zou Evo niet zijn als hij niet de kans greep om Boliviaanse minderwaardigheidsgevoelens aan te spreken, en dus krijg je als buitenlander je benzine dus niet aan de lokale prijs. Je krijgt hem aan – de linksen zijn niet meer wat ze geweest zijn – de internationale marktprijs. Een tankstation moet dus even de nummerplaat checken, en een hogere prijs aanrekenen aan vreemde nummerplaten. Lijkt mij al een uitdaging om zoiets in Europa te proberen (ik zie de Duitsers er toe in staat), maar in Zuid Amerika, in Bolivia daarenboven, een recipe for disaster. Voor een som als 11+7 haalt men hier standaard een rekenmachine boven, laat staan dus dat ze zoiets ingewikkeld als een extra factuur in orde krijgen. Misschien in één op de twintig tankstations kan je als buitenlander de wet volgen. Dus wat doet de doorsnee buitenlander: die vraagt of ze alsjeblieft benzine willen verkopen. Meestal wordt je afgewimpeld, en soms krijg je er. Dan wel aan een prijs ergens tussen de Boliviaanse en de internationale prijs. De overheid betaalt dus wel voor onze goedkope diesel, alleen verdwijnt de helft in de zakken van de gelukkige pompbediende. Er staan overal camera’s om dit soort fraude tegen te gaan, maar blijkbaar wordt daar toch niet al te veel naar gekeken. O, en in één van de drie tankstations waar je officieel kunt tanken als buitenlander, zagen we een local enkele gele jerrycans  opvullen. Net dezelfde jerrycan die net over de grens in het veel duurdere Peru massaal verkocht worden.

La Paz blijft gelukkig La Paz, één van de coolste steden in Zuid Amerika. We merkten het al, het door het IMF goedkeurend bekeken macro-economisch beleid van 21ste eeuwse socialist Evo Morales brengt zoden aan de dijk. Heel wat Bolivianen zijn er op vooruit gegaan in de vijf jaar dat we weg waren. In Copacabana zaten ze aan het Titikaka-strand, af en toe zelfs met een eigen wagen. Ook in Coroico is het nationaal toerisme niet enkel meer absolute bourgoisie. En in La Paz is er nu voorzichtig een stadsbus naast de honderden private lijnen. Meer in het oog springend: de geweldige hoogteverschillen met sattelietstad El Alto worden nu ook door een kabelbaan overwonnen. Ook het wegennet blijft erop vooruitgaan. Niet alleen de hoofdas La Paz – Santa Cruz is nu geasfalteerd, maar je kan ook van La Paz naar Potosi en Argentinië zonder ooit asfalt te verlaten.

P1100773

P1100792

P1100794

P1100798

P1100804

P1100806

P1100810

P1100822

P1100823

P1100829

P1100895

Uiteindelijk werd het een vrij snelle rit dwars door Bolivia, op de nieuwe route Potosi-Tarija-Bermejo. Enige omweg was een weekje Coroico. De rit was memorabel, ik met een indigestie en Lore razend van woede over de onwil om ons diesel te verkopen. Coroico zelf was niet echt veranderd. Ja, het dorp is gegroeid. Onafgewerkte bakstenen blokken van een verdiep of drie ontsieren de toegangswegen. Het centrum is nog chaotischer dan vroeger, omdat de door de Amerikanen betaalde witte olifant, ik bedoel de busterminal, niet meer in gebruik is. Dus vertrekken alle minibusjes vanop de plaza – die je ook al moet passeren om naar afgelegener dorpjes door te reizen. Hoewel de hoofdweg geasfalteerd is, zijn ze er nog steeds niet in geslaagd de aftakking van de laatste acht kilometer te verbeteren. Het afvalprobleem blijft hetzelfde. Op sommige van de wandelwegen is gebouwd, en andere zijn gewoon dichtgegroeid. Het beetje toeristische zelforganisatie dat er was is uiteengevallen, en op de officiële toeristische promotiepost zit nog steeds de idioot die ons aan het werk wou zetten een informatiebrochure naar het Engels te vertalen. Een brochure die we even later rondslingerend vonden – al in het Engels. Om de sfeer nog wat te verbeteren is één van de vaste waarden dood, een andere is aan het verhuizen naar een vriendelijker dorp, en nog een overweegt een verhuis. Sol y Luna blijft natuurlijk draaien, maar da’s nauwelijks deel van Coroico – dat is de tuin van Eden.4

P1100889

P1100840

P1100852

P1100853

P1100854

P1100861

P1100871

P1100883

Betekent dat dat Bolivia een tegenvaller was? Hoegenaamd niet. Bolivia doet exact wat je ervan verwacht: zijn eigen koppige, gereserveerde en soms dwaze zelf. Het is een land dat tijd en inspanning vraagt. En omdat het zuiden lonkt, hadden we te weinig tijd. Hoewel, momenteel geen haar op ons hoofd eraan denkt in Bolivia te gaan wonen, dromen we er wel van  om eens een maand of drie met een échte off-roader in Bolivia te gaan rondhossen.

 

Altiplano in Peru: de toerist uithgangen op al of niet drijvende eilanden in het Titikaka meer

 

20141102_124738_Pano

P1100565

P1100574

P1100606

P1100611

P1100644

P1100667

P1100672

P1100679

 

 

De eindeloze Boliviaanse Altiplano, en dan eindelijk wat groen als je de bergen uit rijdt

 

P1100900

P1100903

P1100926

P1110074

P1110085

P1110092

P1110170

 

 

Couleur locale in Potosi: paraderende schoolkinderen en ouders betogend voor meer politie in hun wijk (spelfauten!)

P1100966

P1100998

P1110012

P1110017

P1110044

A day in the life

Omdat het genre “reisverslag” al snel op zijn beperkingen botst, een tweede thematische post. Even vooruitlopen op een vraag die we zeker gaan krijgen bij thuiskomst. Maar wat doe je dan zo eigenlijk heelder dagen? Hier een willekeurige doch niet noodzakelijk zeer typische dag in het leven van.

Op kerstavond komen we toe in een nationaal park in de bergen van Chile. Kantoren zijn gesloten, waardoor we gratis binnen kunnen voor een avondwandeling van een kilometer of 8. Het is een geweldig mooi bos, met een wat bescheidener variant van de sequoia in de hoofdrol. Het is het eerste bos op deze reis dat Europees aandoet. We voelen ons in de Alpen, of in een wildere versie van de Ardennen. Na het oorverdovende nevelwoud in het noorden van Argentinië, verbazend stil: om de krekels te horen, moet je echt luisteren.

P1110656

P1110661

P1110679

P1110685

We overnachten in boshut Beri aan de ingang van het park, aan het eind van een brede aardeweg. Doordat het zo donker is in het bos, wordt ik pas om negen uur wakker, twee uur later dan gebruikelijk. Voordeel: ik moet mij niet nog een uurtje in stilte bezighouden terwijl Lore doorslaapt. Koffie gezet met onze nieuwe thermos-french press, want na acht maand on the road is onze glazen fresh press eindelijk gesneuveld. Het park is terug open. Dat geeft een kleine complicatie: er is een opzichter, en geen manier om (letterlijk) even in de bosjes te verdwijnen. Omdat we geen port-a-potty aan boord hebben, gaat ontbijten dus aan iets hogere snelheid dan gewoonlijk. Na tien minuten op de baan kondigt het rookwolkje van verbrand WC-papier eindelijk gemoedsrust aan.

P1110689

Om van Chile naar Argentinië te gaan, moet je immer een bergpas over. De weg is alweer een top-10 trip. Eerst wat landbouw: vooral fruit. We stoppen om kersen in te slaan. Het is het seizoen: 1,3 euro voor een kilo. Nauwelijks mensen, het bos botst tegen de boomgrens en de bergen schieten omhoog. Net als de temperatuur van de motor. Bij een bergriviertje wordt een plaspauze een reden om de auto wat te wassen. We testen ook uit of de bladveren inwrijven met diesel het gekraak vermindert en het comfort vergroot op onverharde wegen. Antwoord: mwaaa. Het is zonnig en lekker warm. Lore geeft het voorbeeld, en we wassen ook onszelf in het beekje. We zijn hier nu toch, dus een uitgebreide lunch. Maar eerst enkele hinderlijke, gigantische dazen dooslaan.

Grensposten staan hier niet op de grens zelf. Da’s te hoog, en dus te koud, te geïsoleerd. Omdat het kerstdag is, zijn we de enigen. Het wordt een gemoedelijke babbel in plaats van het gewoonlijke zenuwslepende gedoe. Onze papieren zijn na een recent bezoek aan Santiago beter in orde dan die van zowat alle Chilenen, dus dat zou geen probleem mogen zijn. De Argentijnse grenspost is nog 60 kilometer verder, dus we besluiten al een overnachtingsplekje te zoeken. De bergpas is amper 2500 meter hoog. Ha! – ik rol-oog zoals ik gewoonlijk enkel op ’t werk moet doen. In Peru of Bolivia is het pas een bergpas als het de 5000 meter benadert. Maar we zijn nog maar uitgelachen of we zien sneeuw naast de weg. Putje zomer, het equivalent van eind juni bij ons. It’ll be a white christmas after all.

P1110710

Een tiental kilometer verder vinden we een mirador (een parkeerplaats om het landschap te bewonderen – hier een Grieks blauw stuwmeer). Het is zes uur, en Beri is onze berglodge voor die avond. Morgen moeten we de grens over. Maar de Argentijnen doen naar het schijnt moeilijk over de import van autonderdelen. We hebben een paar stuks gekocht in Chile, maar nog niet laten monteren. Dus die gaan uit de verpakking en worden op onschuldige manier verstopt. De verpakking geeft een heerlijk vuurtje om sporen uit te wissen. Het waait behoorlijk, dus we zetten onze pootjes uit. Die hebben we nog maar pas ontdekt – twee ijzeren poten die je kan uitklappen om griezelig wiebelen in de wind tegen te gaan.

P1110742

P1110733

Joost ziet sneeuw en een berghelling. De reliëfkaart suggereert een wijds uitzicht, en wie weet is er wel GSM ontvangst om nog eens mails binnen te halen. Dus ik ga alleen de berg op, met onze gevonden wandelstokken en mijn gloednieuwe bergschoenen. Zwaar de moeite, en alweer een gelegenheid om mijn ontluikende hoogtevrees in de ogen te kijken. Het is toch een tikkeltje stijl, er is geen pad, de ondergrond zijn losse stenen. Als ik boven ben is het kwart na acht, en de zon schijnt nog volop. We blijven ons daarover verbazen, na een half jaar lang tegen vijf, zes uur in het donker gezeten te hebben. Tijdens de afdaling een typisch natuurdocumentaire-beeld. Sneeuwvlakte smelt, vult een stroompje, zaden ontkiemen van zodra ze het eerste spatje zon voelen.

20141225_201941

20141225_203811

Lore ziet sneeuw en denkt dat die heel geschikt is om haar fles witte wijn te koelen. Geheel tegen de gewoonlijke gang van zaken in, kijken we geen film, noch lezen we in een boek (op tablet of smartphone). We zitten, keuvelen, en drinken de fles helemaal leeg, omdat we merken dat ze toch bijna leeg is. We weten niet wanneer we voor het laatst met twee een fles wijn leeg kregen. Voor het slapengaan, buiten, is het koud maar niet ijzig, en steendonker. Sterren!

De volgende ochtend zijn we vroeg min of meer wakker. Aan de Argentijnse grens houdt het asfalt op, maar gelukkig is het een geweldig goede aardeweg. Het landschap blijft fenomenaal, maar langzamerhand minder spectaculair. Aan de grenspost, veel lager, worden we opgewacht door een humeurige flik die beweert de vorige nacht op ons te hebben zitten wachten, en die beweert ons een boete te moeten geven omdat we niet dezelfde dag beide grensposten hebben gedaan. Ik had dat expliciet nagevraagd aan Chileense kant, dus ik gebruik mijn combinatie van geduldig afwimpelen en geïrriteerd negeren, waarop hij ons gewoon doorverwijst naar de rest van de administratie. De rest van de grensovergang verloopt zo vlot dat hij de nachtmerrie om de eerste keer Argentinië binnen te geraken bijna doet vergeten.

P1110758

P1110764

P1110775

Food on the road

Bepaalde mensen hebben gesuggereerd dat we niet goed zouden eten, en aldus te mager zouden worden. Mogelijk is ons collectieve gewicht wat aan de lage kant, maar aan ons eten zal het niet liggen.

Aangezien we nog steeds vegetarisch zijn, koken we vooral zelf. Ongeveer driekwart van de Andeense voedselproductie bestaat uit gefrituurde kip met rijst én pataten én pasta, met een blaadje sla en een schijfje tomaat. Dus we hebben niet het gevoel dat we veel missen. Er zijn wel eens lokale specialiteiten die de moeite waard zijn. We eten ze niet altijd op.

20140625_132039 P1050823 - kopie

20140729_184736

DSC_0390

P1050664

 

Maar zelf koken dus, meestal. Kan ook moeilijk anders als je steeds zo ver mogelijk van dorpjes slaapt. ‘s Morgens koffie van de french press, havermoutpap met een banaan door geplet, en wat noten. Soms mag het eens wat meer zijn, maar meestal niet.

P1050927 - kopie

DSC_0595

P1050029

 

Dankzij de Nederlands uber-overlanders Landcruising Adventure, wisten we dat een stoomketel een geweldige plus was. Alles kookt dubbel zo snel klaar als in een gewone pot, en dat bespaart op de bijzonder eindige gasflessen. Pastavreters als wij zijn, is de winst niet zo heel groot – behalve op grote hoogte. Boven de 3000 meter kookt water op pakweg 60 graden. Je kan pasta dan wel gaar krijgen met veel geduld, maar al dente, da’s een moeilijke. Aangezien we beide nogal een ‘intuitieve’ kookstijl hebben, en je zo’n pot niet gewoon tussendoor even open doet, wel even wennen. Internet is dan natuurlijk redder in nood.

Ons meest voorkomende recept:

  • Giet olijfolie in de pan, verhit en voeg provencaalse kruiden, look en ajuin toe
  • Gooi er wat versneden olijven bij. Vervolgens stukjes courgette, brocoli of wat je op de markt hebt kunnen vinden.
  • Een tomaat erbij, en een pakje tomatenpuree. Een beetje water, tot je de consistentie hebt die je wil dat de saus zal hebben
  • Pasta erdoor, plus een goed glas water per 200 gram
  • Deksel erop, en goed vastzetten. Eens het goed begint te suizen, een wekker zetten voor de helft van de aangewezen kooktijd, plus dertig seconden.
  • Ondertussen kan je nog wat garnituur bakken. Doorgaans aubergine, want die verpapt als je hem meekookt. En dikwijls nog wat lokale kaas aanbakken (yummie).
  • Als de wekker gaat: raampje open en de stoom naar buiten aflaten.

Klaar!

Eten gaat van een snelle hap onderweg, tot zwaar arbeidsintensieve handelingen. Vaste waarden zijn gebakken inheemse kaas, guacamole, een slaatje met veel koriander. Als er een supermarkt in de buurt is: kaas! En indien niet: brood met goede olijfolie en zwarte peper.

20140626_163150 20140728_120959

DSC_0903

P1050035

P1050955 - kopie

 

In Chile hebben ze geen eten. Appels, peren, wortels, klaar. Peru en Ecuador hebben geweldige markten, en ook behoorlijk goede supermarkten – in de grotere steden. Bolivia heeft middelmatige supermarkten en schitterende markten in de hoofdstad, maar daar buiten is het vaak moeilijk om meer te vinden dan een rotte tomaat. Argentinië heeft nauwelijks markten, maar wel goede supermarkten. Zelfs in de kleinste stadjes kan je verse pasta en een goeie bleu versieren; en olijven en wijn zijn ook bepaald geen probleem.

P1050037

P1050298

P1050508

P1050672

P1050673

P1050677

P1050834 - kopie

P1050837 - kopie

DSC_0037