Van oases en besneeuwde bergtoppen

Van Arequipa naar Huaraz is 1000 kilometer woestijn. Jawel, alweer. Onderbroken door geïrrigeerde vallei oases. De ene oase kweekt olijven, de andere appelsienen, de volgende druiven. Eén keer, voor het eerst in 2500 kustwoestijn, was er een stukje niet geïrrigeerd grasland. 10 kilometer Ierland. En dan weer niets. Wie – zoals mij – theorieën over het ontstaan van de eerste staten interessant vindt, weet ongetwijfeld dat dit soort landschap ideaal is voor staatsvorming. Bloot gesteld: vruchtbare vallei = overbevolking. En aangezien er niets is om naartoe te vluchten, moeten mensen zich neerleggen bij onderwerping aan elkaar. Dat heeft soms nogal spectaculaire gevolgen. Staten houden nu eenmaal van spektakel. In Nazca is een deel van het spektakel natuurlijk dat je in een mini vliegtuigje moet stappen om van het historisch spektakel te genieten. Rare jongens, die Nazca. Niet alleen spinnenkoppen van 100 meter in de woestijn tekenen, maar ook schedels misvormen (niets zo knap als een voorhoofd van 15 centimeter), en uiteraard een mensenoffer op tijd en stond. Amerika! Zoals dat wel eens gaat, laten oude beschavingen wel meer achter dan enkel wat momumenten. In het geval van de Nazca: een deel van hun irrigatiekanelen is nog steeds in gebruik.

Wat betreft oases, voldoet Huacachina helemaal aan het cliché. Palmbomen, een meertje, frisse pinten, en dat volledig omring door zandduinen. Die duinen zijn een bijzonder populaire speeltuin voor gringo’s die het even gehad hebben met al dat cultureel verantwoord gereis. Huacachina is keihard chillen, afgewisseld met adrenalinerijke woestijntochtjes. Hier geen kamelen, maar tot buggy omgebouwde 4×4’s die het zand in racen, om je op een heuveltop af te zetten, waar je met een sandboard weer af moet. Safety first = head first in dit geval. Zowaar, Walibi is er niets tegen. Tegen 80 per uur een zandduin opscheuren, puur roetsjbaangevoel. Het duinengebied in kwestie is behoorlijk groot. Zo groot, dat Lore behoorlijk teleurgesteld was bij het aanschouwen van de drie zandduintjes die we ooit in de Marokkaanse Sahara hebben gevonden na lang zoeken.

P1050280

P1050288

P1050305

P1050314

Moderne beschaving vereist het doorkruisen van Lima om van zuid naar noord te geraken. De Panamericana (u weet wel, die weg die van Alaska naar Ushuia loopt) is er een zesvaksbaan, maar helaas zijn de 15 miljoen Limeños zo een gekken in het verkeer, dat we Peru omgedoopt hebben tot het India van de Amerika’s.

DSC_0629DSC_0607

Lima voorbij, terug in de écht oude beschavingen gedoken. De Amerika’s waren een beetje een laatbloeier wat betreft beschavingen: laatste gekoloniseerd door de mens, en dus een beetje een achterkomertje. Nou ja, dat dacht iedereen dus, tot ze Caral ontdekten: een piramide-stad van 5000 jaar oud. Dus zowat even oud als de ‘echte’ piramides. In Caral zijn er evenwel geen aliens aan te pas gekomen. Deze jongens woonden er met amper 2000 man, maar hebben gedurende 1000 jaar telkens een schelletje piramide rond hun oude piramide gezet, om zo uiteindelijk tot behoorlijk gigantische bergjes te komen. Decoratie: nihil. Metaalbewerking? Vergeet het. Keramiek? Nada que ver! Mensenoffers? Uiteraard! Wel maar een stuk of vijf gevonden op heel de site, dus waar al die andere doden gebleven zijn is een beetje een mysterie.

20140622_110817

Eindelijk terug de bergen in. De Cordillera Blanca, bergketen van een paar honderd kilometer lang, met de ene besneeuwde piek na de andere. Ik dacht dat je hier enkel voor het landschap kwam, reden genoeg trouwens. Alleen al die ananas-achtigen van 10 meter hoog maakten het voor mij de moeite. En een bosje op meer dan 4000 meter hoog is ook altijd speciaal.

 

P1050396

DSC_0618

DSC_0620

 

Maar daarnaast dus ook nog – alweer – oude beschavingen. Hier een tempelcomplex, built to shock and awe, alweer een paar duizend jaar oud. Enkele geweldige aardbevingen overleefd, en drie keer door een steenlawine overdekt. Edoch, labyrint bewoond door griezelige goden met een piramide erbovenop, still standing. We kregen er een wacko gids bij, die er leek van uit te gaan dat de Chavin de meter als lengtemaat gebruikten. Couleur locale, zullen we maar zeggen.

P1050414

Nu we de bergen eenmaal in waren, konden we kiezen: de korte weg terug, of een langere, slechte weg nemen die via een andere bergpas terug naar de meer ontwikkelde vallei van Huaraz ging. Zoals dat bij ons gaat: ik wou de lange weg doen, en Lore wou het rustig aan doen. Dus nu zijn we rustig aan de lange weg aan het doen. Oh well. We kunnen altijd nog eens terugkomen naar Zuid Amerika als we niet rond geraken.

Vroeger dan anders gestopt, in een Alpenweidelandschap. Hier en daar een omheining om een akker te beschermen, maar voor de rest weilanden voor de beesten. Een kudde paarden graast net onder ons, vechtend, knuffelend, elkaars mest beruikend. Een herder met een kudde koeien en varkens trekt voorbij. De koeien klitten samen, de varkens samen over een bruggetje om hun pootjes niet nat te maken in een gracht van een centimeter diep. Nog een kudde schapen trekt voorbij, met een oud herdersvrouwtje. Toen begon het lichtjes te onweren. Pavloviaans reflex: tijd voor warme  chocomelk. Kampeerstoeltjes buiten, bijhorend paraplu’tje over ons hoofd, en genieten van de chocomel. Ja, dit was een van die zeldzame momenten waar ik een tikje melig van wordt. En waar wij beiden dachten: wat en geluk dat er nog geen kinderen zijn.       DSC_0667

DSC_0678

P1050411

P1050424

P1050448

 

 

P.S.: reiskaart wordt nog steeds bijgehouden, hier ingezoomed voor het alhier bereisde gebied

Advertisements

Falla geologica

Falla geologica, letterlijk een “geologisch falen”. Als je zo’n bordje ziet staan langs de weg, hou je vast aan de takken van de bomen. Het komt er op neer dat de berg waar de weg in uitgehouwen was, niet meer is. En de weg dus eigenlijk ook niet echt. Gelukkig weten we ondertussen dat in de hoge 4×4 we in eerste elke helling aankunnen.

Geologie in Peru is doorgaans uw vriend. Geologie brengt je door hoogvlakten, stukjes land tussen bergen die maar niet weggespoeld geraken. Zo’n hoogvlakte, indien werkelijk vlak en rond de 4000 meter hoog is wat vicuña’s thuis noemen. Vicuña’s zijn de nichterige neefjes van de kameel: super elegant, prachtig verzorgd haar, fijn gebouwd. In het land van de vicuña’s camperen is mogelijk een minder goed idee. Na onze eerste overnachting op 4150 meter hoogte, hebben we een waterleidingkje mogen vervangen. Gelukkig rap gefixed. En sinds die overnachting wil onze laptop niet meer opladen.

P1050076

P1050093

P1050056

DSC_0557

P1050101

P1050264

’s Morgens hebben we even wat werk gehad om Berenjena aan de praat te krijgen. Vooral omdat het geluid van de min-of-meer gestarte moter op deze hoogte, niet echt klinkt als een draaiende motor. Een ontploffingsmotor met nogal halfslachtige ontploffingen. Daarna beginnen enkele cilinders te draaien, vervolgens allemaal. Als je dan nog een kwartiertje wacht, heeft de motor eindelijk vol vermogen. Alleen, hij maakt een zeer bedenkelijk geluid – een beetje als een BMW die met te weinig olie heeft rondgereden. Vooraleer we verder reden aan vier verschillende camioneurs en chauffeurs gevraagd of zij dat een normaal geluid vonden. “Es por el frio”, “es por la altura”. En zelfs toen we 100 kilometer later een mechanieker vonden, zei die “no hay de que preocuparse”.

Diezelfde rit zijn we opgestegen tot 4900 meter. Dat klinkt misschien spectaculair (zie de Mont Blanc enkele honderden meter onder jou passeren), maar in feite is dat gewoon altijd bergop rijden.

Gezegde bergpas geeft uit op een ander geologisch foutje. De Cañon del Colca, een kloof waar je op sommige plaatsen 1200 meter recht naar beneden kunt kijken.

P1050175

DSC_0513

Naast het spektakel van het landschap, is het leven van de mensen hier minstens even bijzonder. Bijzonder vriendelijk en spontaan, zeldzaam bij Andesvolkeren. Er zijn er die 4500 meter hoogte hun huisje hebben, en een kudde alpaca’s – de wollige en vlezige neefjes van de kameel. Eens in het jaar worden de wilde nichtjes samengedreven om ze te scheren. De beste wol ter wereld, jawel.

In de vallei is elke vierkante meter die minder dan 45° steil was in terras gezet. De hoeveelheid werk die daar ooit in gekropen moet zijn, is behoorlijk hallucinant. En ze worden nog steeds goed bijgehouden, geen spoor van erosie en overal zaailingen, oogstklare planten of groenbemesting. Op de veldjes waar al geoogst is, of waar enkel gras gekweekt wordt: koeien, schapen, paarden, ezels. Gesloten kringloop landbouw enzo, gelukkige beestjes, gelukkige grond. Maar we hebben toch nog steeds niet de behoefte gehad om beestjes in kwestie op te vreten. Een hamburgertje met gefrituurde kaas, ajuin, een schijfje tomaat en wat verse korianderblaadjes smaakt minstens even hard, en er is niemand voor moeten doodgaan. Ons eigen keukentje maakt het gemakkelijk om het vleesloos te houden, al mis ik daardoor soms wel een beetje de lokale keuken. Gelukkig weten we uit eerdere ervaring dat die doorgaans – hoe politiek incorrect van ons – toch op niet veel trekt. Maar over eten later meer.

DSC_0400

DSC_0490

DSC_0541

DSC_0505

P1050217

DSC_0405

P1050194

DSC_0531

P1050135

Een leuke bijkomstigheid van een geologisch falen van 1200 meter diep, is dat vogels dat fijn vinden. Vooral grote vogels die de wind tegen de kliffen gebruiken om omhoog geblazen te worden. Eén van de populairste attracties in Peru is om met honderd toeristen te kijken hoe de condors op enkele meters van hen hun ochtendritueel uitvoeren, langzaam de eerste wind gebruiken om hoogte te winnen. Niet enkel condors, maar als je even wat langer blijft, vossen, kleine en grote kolibri, roofvogels, parkieten. We waren toevallig ’s avonds ook in de buurt, en wat bleek: voor het avondritueel was het you, me, and the condors.

DSC_0455

DSC_0548

DSC_0465

P1050224

P1050164

Volgens de Lonely Planet was een bezoek aan de canyon niet volledig zonder een kleine wandeling naar de rivier. Amper vijf kilometer, maar wel 1200 meter lager. Van quinoa-gebied naar een bananen-oase. Een beetje zwaar voor de knieën, zo drie uur afdalen. Volgens diezelfde Lonely PLanet ook maar een uur of drie om naar boven te klimmen. Right. De mensen die we onderweg tegen kwamen, gingen er eerder vijf uur over doen. Dus wij beneden – ik bedoel, ik beneden, onmiddellijk gevraagd of er geen ezeltjes beschikbaar waren om terug naar boven te gaan. Zware protesten van Lore, maar “ik kies voor dierenmishandeling!”. Redelijk onvergetelijk ritje, dat eindigde met nog een kilometer wandelen onder de volle maan van deze vrijdag de dertiende.

20140613_104441

P1050249

De volgende dag een weg genomen die geen toerist ooit lijkt te nemen. De meesten gaan terug naar de bergen, maar wij moesten naar de kust, en dan is de traditionele weg een omweg, en bovendien de weg die we al genomen hadden. Dus  164 kilometer onverhard over een bergpas van 4250 meter, met één dorpje op heel de weg. Geen enkel probleem voor onze Berenjena, behalve dat de frigo losgerammeld is geraakt. Maar dankzij onze nieuwste vondst – waterdichtingstape – was ook dat vijsje rap weer vastgezet.

P1050121DSC_0559DSC_0552

DSC_0556

En toen we op 2000 meter de motor starten, was het BMW-gerammel weg! Vier truckers en een mechanieker can’t be wrong.

Crossing borders, crossing deserts

In een vreemde kronkel van het heelal, gaan vruchtbaarheid en volslagen woestenij vrolijk samen op deze planeet. Zonder de bemesting met Sahara-zand, zou het Amazonewoud nooit zo uitbundig kunnen zijn. In Egypte grenst woestenij aan de mooiste koraalriffen van de wereld. En in het noorden van Chile grenst een rijk visgebied aan een extreem droge woestijn. Zó droog, dat zelfs de tankstations geen water willen geven om de douche van arme toeristen te bevoorraden.

DSC_0152P1040926DSC_0313

Het toeval wil dat er achter die woestijn een bergketen ligt, waardoor er toch nog hier en daar een riviertje stroomt. Waar dat riviertje in de zee uitkomt, is een ideale plaats voor een vissershaven. Een beetje landbouw, extreem veel vis, wat wil een mens nog meer? Vandaar dus dat je al eens aan archeologie kunt doen: de oudste mummies ter wereld, her en der gigantische rotstekeningen. Wat wil een mens nog meer? Geld natuurlijk! De mijnen (eerst vogelstront – echt waar, later nitraat, dan koper) hebben met periodes de helft van de export van Chile vertegenwoordigd. Ja, de Chilenen hebben er goed aan gedaan dit stukje woestijn af te snoepen van de nog steeds getraumatiseerde, zee-loze Bolivianen. Mijnbouw is per definitie een tijdelijk gegeven. Dus waar de mijn ooit leven gaf, is er na sluiting werkelijk niéts meer. Je komt dus op godvergeten plaatsen een kerkhof tegen, enkele muren, of een hele ghosttown, waar je in de klaslokalen nog het enthousiasme van de leerlingen van destijds kunt voelen.

 

P1040923 P1040910  

DSC_0246DSC_0244

 

DSC_0276   P1050002P1050007

DSC_0299DSC_0212 DSC_0209

 

De woestijn loopt gewoon door in Peru. Dat betekent niet dat een grensovergang gemakkelijk is. Grenzen zijn hier nog “voor echt”. En wij mochten er niet over, of ’t is te zeggen, onze Berenjena mocht er niet over. Van de Chilenen, omdat de Peruanen ons niet zouden binnenlaten. Helemaal terug naar de stad gereden (40 km omweg) om aan de douane te gaan uitleggen dat als de Peruanen ons niet willen binnenlaten, dat ons probleem is, niet dat van hen. De baas was akkoord, dus moesten we wachten tot zijn shift begon (6 uur later). Opnieuw aan de grens, opnieuw gemelk, opnieuw drogredenen. Maar “ik heb gebabbel met uw baas, Juan Luis, en die zij dat het OK was” en enkele seconden later stond de stempel op het papier. Aan Peruaanse kant geen enkel probleem. Wel al onze groenten moeten afgeven, want fruitvliegjes vrij Zuid-Peru zou wel eens besmet kunnen worden met fruitvliegen uit fruit-vliegjesvrij Chile. U begrijpt dat Lore op stomen stond. Dus hebben we eerst zoveel mogelijk groenten opgegeten alvorens de douane te passeren. Tegen dan was het al nacht, dus tegen dat we écht Peru inreden was het 24 uur later dan we gedacht hadden. Oh well.

Eens in Peru, direct duidelijk dat een grens hier meer dan een lijn op de kaart is.  Chile: neem een stuk woestijn, irrigeer de boel, maak er een mooie olijvenboomgaard van. Peru: bouw een hutje in de woestijn, maak een waterbassin, plant zes olijfbomen en geef ze met een emmertje water. Verkeersborden in Chile: “Werken die Chilenen verenigen”. Peru: “In geval van twijfel, haal niet in”. “Gelieve geen stenen op de weg achter te laten”. “Gelieve geen autobanden te verbranden op de weg”. “Opgelet! Luchtmachtgebied! Let op voor explosies!”. Wij hebben een aantal keer “¿Qué?” tegen onszelve geroepen.

Ondertussen in Arequipa. Een van de mooiere koloniale steden van Zuid Amerika. Eeuwige lente, besneeuwde berg op de achtergrond, stinkende bussen, u weet hoe dat gaat. Voor het eerst betaald voor overnachting, in een hotelletje dat bij overlanders bekend staat omdat je er in de tuin kunt kamperen. U ziet, wij zijn niet de enigen die dit doen. Alleen zijn al de anderen Frans, en hebben ze een paar klein mannen mee. We gingen een nacht of twee blijven, het zijn er vier geworden. Ondertussen er van geprofiteerd om onze laptopkluis en ons zonnepaneel vast te laten zetten. Een werkje van een uur of twee, dat de geweldige Joaquin prachtig opleverde. In anderhalve dag.

 

DSC_0387DSC_0332DSC_0338DSC_0306a

Aubergine Living

 

Zoals eerder geïnsinueerd, zien wij wel de charme van het leven in een camper. Het vraagt uiteraard wat wennen. Je kan niet met twee tegelijk iets doen, tenzij zitten. Elke dag is er wel iets kapot. Maar al doende leer je. En er is weinig dat niet met siliconen, spanbandjes (strips) en een goeie tape kan opgelost worden. Behalve natuurlijk als het dak lek is en het in het midden van de nacht begint te regen in the middle of the bloody desert.

Maar ik ging dus iets schrijven over de -charme- van in een camper leven.

Image

 

Je kan nooit iets kwijt zijn. Ondertussen is de zinsnede “Lore, waar ligt…?” enkel nog een automatisme, geen werkelijke vraag om informatie. Omdat je zo weinig plaats hebt, ligt alles op zijn plaats. Het helpt ook dat je bijna niets hebt.

Image

Image

 

Leven met minder ballast.

 

Kleren, kookgerief, persoonlijke hygiëne , werkgerief, elektronica. And that’s it. Werkgerief is begonnen met een mega-handige multitool, maar heeft ondertussen een set vriendjes gekregen met alle basisgereedschap. Electronica: jawel. Uiteraard. Mijn smartphone voor 3G (in de buurt van steden doorgaans zelfs werkzaam), voor GPS-navigatie (dank u Openstreetmap), en om boeken en reisgidsen op te lezen. Onze laptop om achterstallige fotoboeken op te maken, om wat te schrijven, om wat geostatistisch hobbywerk te verrichten. Lore haar tablet om Jelly Splash op te spelen. En uiteraard dit zelf-gesoldeerd apparaatje dat onze stopcontacten op 12 volt naar sigarettenaanstekerformaat omzet.

Image

Image

Van links naar rechts: gloednieuwe watertank, batterij (nooit leeg!), waterpomp, gasboiler. Dat alles onder de zitbank.

Image

Image

 

 

Bewuster van wat binnenkomt en buitengaat.

 

Al je eten in een oogopslag gezien. Altijd koken, nooit overschot. Vijf kilo gas voor de hete douche, fornuis en frigo. 85 liter water, om de twee keer tanken bijvullen in om het even welk tankstation. Je afval steeds in een zakje zichtbaar. Elke dag zoeken naar een plaatsje om het proper te droppen. De grijswatertank heeft geen dop, dus aan de plas onder de auto zie je hoe hard je water hebt verbruikt.

Image

Image

Image

Image

Image

 

Image

Image

Een plaatsje vinden om te slapen is niet altijd eenvoudig. Graag uit het zicht, uit de weg, tot niemands last, en plat. Niet altijd gemakkelijk, maar we worden er beter in. Onze tweede nacht nog de fout gemaakt om aan een passant te vragen of we daar niet stoorden. Blijkbaar was er een inbraakplaag, wat we zeer goed begrepen nadat de persoon in kwestie deze zinsnede een keer of vijftig herhaalde: “Lastimosamente, esta muy delicada la situacion por aca”. U ziet, hier vlak bij een dure wijk staan met een gesloten camionnetje, als de politie dat ziet gaan ze jullie zeker wegjagen. Right. We zijn vooral vertrokken omdat de enige manier was om van zijn gezaag af te zijn.

 

Image

Image

 

 

Berenjena dus, aubergine. Zie alhier waarom: een beetje plomp, nietwaar. Zeker naast een niet-omgebouwde Kia Ceres 4×4.

 

Image

 

Image

In Chile nog maar één soortgenoot gezien, maar naar ’t schijnt zit het in Peru vol. We weten al uit ervaring dat het geen enkel probleem is om aan reserve-onderdelen te komen. Bijzonder gemakkelijk om aan te werken, aangezien alles binnen handbereik zit. Bovendien gaan automechaniekers er hier van uit dat je hetzelfde probleem volgende keer zelf wil oplossen. En moet je zelf goed meedenken met hen, omdat ze doorgaans al tevreden zijn met sympoombestrijding. Het helpt dat ik zelf wat automechanica gevolgd heb. Altijd het gevoel gehad dat ik daar geen bal geleerd heb, maar nu blijkt dat toch niet helemaal het geval. Anders had ik nooit in het Spaans kunnen uitleggen waarom ik dacht dat er mogelijk iets mis was met de gloeibougies. Fijn ook hoe de conversatie met zo’n mechanieker over en weer dwarrelt tussen de vele kleine probleempjes van het voertuig, over “fe” (vertrouwen, geloof) in het voertuig, en hoe dat van God komt – of, ik weer, in het beste geval omdat het voertuig in kwestie het eenvoudig verdient.

 

De cabine is afzonderlijk – we rijden dus rond met een tweekamerappartement, zoals ik gehoopt had. Die cabine is behoorlijk basic. De radio werkt niet, en is door Lore vakkundig vastgetaped omdat die op washboarded roads er wel eens uitvloog. In Peru laten we wel een nieuwe steken, daar is alles goedkoper.

 

Image

 

 

In de cabine, van rechts naar links: sproeivloeistofreservoir, verwarming, reservoir van rem- en schakelbakvloeistof. O, en de moterkap staat open. Of, ’t is te zeggen, de zetels staan omhoog. Handig als er iets scheelt met de motor als het regent.

 

Image

Image

 

 

Hoog op zijn poten dus, en de luchtinlaat staat al helemaal hoog. Kleine riviertjes en grote plassen zijn geen probleem. Dat roostertje rechts is de boiler voor de douche. Waar mij plots die veel te lange mop te binnen schiet van de Lada die nooit in panne stond, maar waar de onheilspellende stoom van de douche kwam.

 

Image

 

 

4×4, jawel. Wel altijd even uitstappen om hem aan te zetten. Is al van pas gekomen, toen ik mij bijna express in het zand had vastgereden. Ook handig op de allersteilste stukjes, omdat je zo de kracht van de motor bij heel lage toeren kan aanspreken.

 

Image

 

 

Alles gemakkelijk bereikbaar. In tegenstelling tot bij een BMW ben je geen drie uur bezig met domontage-montage om een werkje van tien minuten te doen. Dieselfilter vervangen? Probleem met de batterij? Gewoon even bukken!

 

Image

 

 

En véél grondspeling, zéér veel grondspeling. Al heel wat lastige wegjes gedaan, maar nog nooit iets tegen het chassis geraspt.

 

Image