100 uren eenzaamheid

De ronde achter de bergen: lang en zwaar. Meer asfalt dan verwacht – anders dan in Bolivia is in Peru niet enkel een deel van het hoofdwegennet geasfalteerd. Voor het eerst een liftster meegenomen. Tijdens het ontbijt met uitzicht werden wij verrast door een verraste cholita die “griiieengooos!” gilde. Nadat ze meegedronken had van onze koffie – en een doggy bag had gevraagd voor ons koffiegruis – kwam de kat uit de mouw. Het was acht uur ’s morgens en ze was al over en weer naar de stad gewandeld om een kaas te gaan kopen, en nu moest ze nog zeker een uur lopen tot thuis, en ze was zo moe. Cholita’s schamen zich niet om zielig te doen. Nadat zo haar kaas aan ons verkocht, kreeg ze dus haar lift.

P1050462

 

Toch een hele dag op aarde gereden, en niet de meest platte aarde. Een bergpas op 4200 meter in de modder, alweer een first. Af en toe best een spannend stukje, een keer zelfs een sprongetje van de voorwielen. Aan het einde van de modder: een klein stadje. En net op de laatste 500 meter aarde, een nieuw geluid. Een slécht nieuw geluid. In enkele minuten geïdentificeerd: een uitstulping van het chassis, waar de schokdemper aan vast hangt was bijna gans afgescheurd. Deze keer was het niet wachten tot het einde van het verhaal voor een oplossing. Letterlijk honderd meter terug was er een soldadura, een mechanieker gespecialiseerd in lassen. U ziet, in Peru heb je een specialist in onderdelen, een specialist in elektronica, een monteur/demonteur, een lasser. Voor een groot onderhoud kan het dus zijn dat je drie plaatsen moet passeren. Maar net degene die we nodig hadden, op onze weg. Een uur of drie later waren we weer op weg. En hoe heerlijk het voelt om rubber over asfalt te horen rollen! Helaas, de asfalt was vrij nieuw, maar toch was er al sprake van een niet te negeren falla geologica. Je zou denken dat je de tiende keer je een veel te steil heuveltje opkruipt je weet dat je niet achterover gaat vallen – maar het is elke keer weer even spannend als de eerste keer.

 

20140627_141515

P1050464

P1050470

Chacas, het laatste stadje (dorp) aan de verre kant van de bergen. Bijzonder schattig, vooral omdat een groep Italiaanse missionarissen aan heelder dorpen heeft geleerd om houtbewerking te doen. Resultaat: huizen die bij ons (dat klinkt al bijna niet meer juist, om België “bij ons” te noemen) onbewoonbaar zouden verklaard worden, met een deur die bij ons 2000 euro aan manuren zou kosten.

DSC_0714

 

Voorbij Chacas de bergen in. Asfalt! De bergpas was vroeger 4.900 meter, maar dankzij een tunnel nu een pak lager. Edoch, wellicht de mooiste route die we ooit gedaan hebben. Wordt moeilijk om deze dag nog te overklassen. Wisten wij veel.

DSC_0729

 

DSC_0743

DSC_0753

DSC_0781

DSC_0791

DSC_0822 P1050480P1050485

DSC_0839

 

Van al die sneeuw hadden we goesting in een wandelingetje in de bergen gekregen. Ongeveer 100 uur lang moesten we onze Berenjena achterlaten. Op zich geen bezwaar, maar wat een aanpassing. Omdat we met het goedkoopste agentschap gingen – 100 euro all-in voor vier dagen trektocht – waren we met een vrij grote groep. Twaalf toeristen, plus een paar ezels, een ezelbegeleider, een gids en een kokkin. Na twee maand op ons eilandje, was het een vreemde ervaring om heel de dag met anderen te kunnen/willen/moeten tetteren. Heel de dag switchen tussen Nederlands, Engels, Frans en Spaans. Enkel als er geschakeld werd naar Quechua of Hebreeuws moesten we afhaken. Wel degelijk best stimulerend. De 100 uren eenzaamheid kwam vooral door het gemis van onze Berenjena, en de ongelofelijke luxe van in een ‘echt’ bed te kunnen slapen. Op 4200 meter hoogte in een slechte slaapzak op een matrasje van een centimeter dik slapen, het is deze dertigjarien niet echt goed bevallen. De nachten vermoeiender dan de dagen.

 

20140701_115726

P1050509

P1050550

P1050575

P1050576

De bergen waar we nu al een week rondzwerven liggen uiteraard aan een rivier. De rivier loopt naar de zee, en langs de rivier loopt een weg. Waar de vallei breed is, heeft de weg plaats. Waar de vallei smal is, heeft de weg geen plaats. Oplossing: tunneltje graven. De weg naar de zee is ondertussen bijna gans geasfalteerd, maar de tunneltjes zijn nog steeds zoals oorspronkelijk: net breed genoeg voor één vrachtwagen. Omdat dat zorgt voor spannende momenten (100 meter in achteruit in het stikkedonker met een camper met maar twee spiegels, vrijwilligers?), is er zelfs een aflevering van “’s werelds gevaarlijkste wegen” aan gewijd. Omdat de Kloof van de Eend niet erg spannend klinkt, heet het sindsdien de Kloof van de Dode Non. Eend noch non gezien, maar wat een rit.

P1050592 P1050594

P1050600

 

 

Langzamerhand laat je het groen van de bergen achter, de kustwoestijn laat zich voelen. Waar de vallei – eindelijk – weer wat breder wordt, velden geïrrigeerd met het gletsjerijs dat we zelf hebben zien smelten. En waar je de Panamericana terug vervoegt: de te verwachten lelijkheid. En de wens om zo rap mogelijk terug de bergen in te rijden.

Advertisements

2 thoughts on “100 uren eenzaamheid

    • Never take the same road twice. Ondertussen alweer heel andere tikkeltje spannende wegen aan het nemen. Op 11 jul. 2014 03:44 schreef “Lore & Joost op verlengd weekend” :

      >

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s