Galapagos

     Zondag aan het strand, wellicht wordt dit dé herinnering aan de Galapagos. Zeeleeuwen bestuderen. Zeeschildpadden zien zwemmen, liggend in de schaduw van een giftig boompje. Zeeschildpadden of zeeleeuwen spotten die in het doorzichtige puntje van een golf plots zichtbaar worden. Zeeleguanen kruisen elkaar bij eb: rusten in volle zon, of op weg naar graasland onder water. Spelen met heremietkreeftjes. Boobies zien duiken naar vis. Kleine vogels die de kruimels zowat van tussen je tenen komen plukken. De drie andere mensen die vandaag dit strand uitkozen tolereren.

P1090195

P1090100

P1090089

P1080970

Ook wel: zwemmen met haaien, zwemmen met schildpadden, zwemmen met zeeleeuwen, zwemmen met pinguïns, zwemmen met bijna evenveel visjes als in de Rode Zee.

P1080926

P1080931

P1080891

Of nog: uren half misselijk op een boot zitten, kleine stukjes cloudforest, veel te veel weiland en te weinig groenten, landschildpadden zo groot als kleine koeien, landleguanen, fregatvogels die het eten roven uit de maag van betere vissers, of hun eigen soortgenoten beroven als die hun jongen willen voeden. Nestelende vogels die je tot op een meter kan naderen, en nog niet echt nerveus zijn. Nachtmeeuwen (jawel) die aan je voeten landen en hun paringsdans opvoeren. Zelfs hagedisjes die wegvluchten pas de moeite vinden als je voet vijf centimeter boven hun hoofd hangt.  Paden waar je onmogelijk de twee-meter regel kan respecteren omdat twintig zeeleguanen of één gigantische zeeleeuw de weg blokkeert. Na een korte conversatie begrijpt die je schroom, en maakt rustig voldoende plaats om te passeren. De intense geur van een zeeleeuwenkolonie, idem van de koeienvlaaien die leguanen leggen. De nies van een zeeleguaan, om zout uit zijn systeem te krijgen. De geeuw van een zeeleeuw, of het gezaag van een baby om te drinken, het geblaf van een dominant mannetje of de brul van een geïrriteerd vrouwtje. Een land waar de nieuwe eilanden uit weinig meer dan lava bestaan, en de oude eilanden alweer onder de zee verdwenen zijn.

P1090115

P1080561

P1080562

P1080597

P1080623

P1080640

P1090014

P1080667

P1080700

P1080777

 P1080799

 P1080814

  P1080853

   P1080957

 P1080980

P1080994

Niet Eden, niet moeilijk. We verbleven op de drie grootste eilanden, die elk een klein stadje hebben. Daar voldoende hotels, dure restaurants en winkeltjes, gratis wandelpaden en dure excursies. Tussen de eilanden zijn er dagelijks ferries, en ook wel vliegtuigjes voor als je het boten even beu bent. Wellicht de duurste twee weken van onze reis, maar alles tesamen zowat 1000 euro per persoon. Het pikt een beetje, maar we kunnen ons duurdere reizen indenken. Als je het overweegt, wel nog de vlucht Brussel-Quito meerekenen.

Advertisements

Paradise found

De radiostilte is voorbij. Als het wat blijft meezitten. Onze computer was een beetje ontploft, zoals eerder vermeld. Maar in Zuid Amerika is dat het einde niet. Hij is opgelapt, en werkt weer als nieuw. Een kleine euforie was niet van de lucht.

Ecuador is dichtbevolkt. Objectief: minder dan 60 inwoners per vierkante kilometer. En toch voelt het zo, zeker in vergelijking met de omliggende landen. In de Amazone zijn er steden, in de Andes is zowat alles in cultuur gebracht, in de laaglanden aan de kust is de jungle vervangen door bananen en koeien.

P1070427

Tussen hoog- en laagland is er gelukkig altijd een ondoordringbaar gebied, waar de bergen te steil zijn voor landbouw, en er zo veel regen valt dat er een woud groeit dat de ondoordringbaarheid kwadrateert. Dat stukje land, tussen Andes en Amazone, en in Ecuador ook tussen Andes en kustvlakte, is waar wij het meeste van houden. Zelfs in Bolivia weten ze daar toeristisch iets mee aan te vangen (Coroico, Samaipata). Maar in Ecuador staan ze uiteraard een stap of tien verder. Welkom in Mindo, waar ecotoerisme de grootste industrie is. Een dorpje van een straat of vier, maar wel met honderd hotels. Verdwaalde hippies, voormalige grootgrondbezitters, Europese ex-yups die nu café houden.

We verbleven op twee plaatsen. Eerst een hotelletje van de oudste familie van het dorp. Het grootste deel van hun landgoed is al lang verkocht, nu hoort er nog amper 200 hectaren land bij het hotel. Hoewel de ingang in het dorp ligt, is het grootste deel ongerept woud. Met een mooie collectie wandelpaden. Bij het dorp allerlei zotte en minder zotte dingen om de toeristen bezig te houden. Onze favoriet: de vlindertuin. Maar ook buiten de vlindertuin overal beestjes.

  P1060484

P1060494

P1070068

P1070431

P1070462

P1070494

P1070559

  P1070504  P1070526

P1070511

P1070541

P1070450

P1070563

P1070569

P1070495

P1070595

P1070614

P1070636

P1070649

P1070654

Deel twee van ons verblijf was nog beter. Symbool van het nevelwoud is de cock of the rock (tunqui, gallito de la roca, gallo de la peña). Een bijzonder lelijke vogel volgens Lore. Laat ons het erop houden dat hij speciaal is (lees: spesjaal). Elke ochtend komen de knalrode mannetjes van de streek samen om een soort van capoueira show ten beste te geven. Soms is er dan toevallig een grijs vrouwtje in de buurt is. Met wat geluk kiest ze ook nog de beste danser uit voor een onderonsje.
Dé plaats in Mindo om dat ochtendritueel te zien, bleek in Las Tangaras. Men rijde een half uur het bos in, en wandele vervolgens 45 minuten over een klein padje nog dieper in het woud. Daar een mooie chalet, gerund door een koppel Amerikaans-Colombiaanse vrijwilligers. We gingen eens kijken voor een halve dag, maar bleven uiteindelijk vier dagen. Behalve de obligate ochtendexcursie, ook nog een hoop andere paadjes in de jungle. Vanop het terras zicht op enkele kolibrie feeders. Lore wou bewijzen dat zij daar ook wel eens kon de boel komen runnen, en tegen dag drie kon zij de dagelijkse statistiek maken van de 12 soorten kolibrie die langskomen. Waarbij ze er de nadruk op wil leggen dat in de meeste gevallen de mannetjes en de vrouwtjes er geheel anders uit zien. Diezelfde dag nam ik de machete ter hand om het minst gebruikte pad wat breder te maken. We voelden ons al thuis, en vroegen uiteraard contactgegevens om er zelf ooit te gaan vrijwilligen.

P1070705 P1070829

P1070728

P1070756

P1070759

P1070767

Hoewel de kustvlakte grotendeels ontbost is, toch niet lelijk. Kleine heuveltjes met steile graslanden, met overal nog restanten bos, het heeft wel wat. Aan de kust zelf: elke vijf kilometer een ander klimaat. Droge palo santo wouden, al of niet met ceibo’s (het Zuid Amerikaanse antwoord op de baobab). Een heuvelrug verder regenwoud. In het stadje, heel de dag motregen. Het strand vijf kilometer verderop: een heerlijk waterzonnetje.

DSC_0048

P1070029 P1070033

P1070055

P1070325 - kopie

P1070345 - kopie

P1070397

Hoogtepunt van het verblijf aan de kust: walvissen! In de Dominicaanse hadden we ze al eens gemist, maar nu waren we net op tijd om bronstige bultruggen te bewonderen. Meestal is walviskijken een beetje saai: “Oh een stoomwolk! Oh een rug!”. Bronstige bultruggen daarentegen zwaaien naar elkaar met hun vinnen, steken hun hoofd verticaal uit het water om terug te kijken naar de toeristen, laten hun staart zien, springen volledig uit het water om aan de vrouwtjes te laten zien hoe sterk ze wel zijn. En de baby’s doen zo ongeveer hetzelfde, maar gewoon om te vieren dat ze leven.
De eerste excursie gingen we ook fragatas en boobies kijken (zeevogels), dus was er eigenlijk niet zo veel tijd voor de walvissen. Een dag en 200 kilometer later beseft Lore dat ze nog niet genoeg walvissen had gezien, en ik was bijzonder rap overtuigd om terug te keren voor nog een rondje walvisvaren. YOLO, zou ik zeggen (om te doen alsof we nog jong zijn en de rest zich oud te doen voelen).

P1070304

DSC_0138

P1070151

P1070253

En zo zijn er alweer twee weken voorbij, in een land waar we niet gek op zijn, maar waar zó veel geweldige dingen te doen zijn. Even de rekeningen makende, bleek, zoals de vader van mijn petekind sinds mei zegt, dat gegeven ons reistempo een jaar te kort is. Rationele argumenten op een rijtje zettende, bleek dat we beter Colombia laten voor wat het is (volgende reis bij deze gepland), zodat we wel nog in Patagonia geraken. Bijkomstig detail: dat betekent dat we nú naar de Galapagos moeten. We twijfelden lang over of en hoe we er naartoe zouden gaan. Maar toen Jane (de Britse versie van Eva Buyst) een zeeleeuw simuleerde zoals die met Lore zou snorkelen, was de kogel door de kerk. Dus boekten we een enkel ticket: want bespaar het ons om op voorhand te moeten weten hoeveel tijd we ergens voor nodig gaan hebben.

Radiostilte

En toen heb ik de computer opgeblazen. Dus even iets moeilijker om hier te posten. Na een korte zoektocht een bedrijfje gevonden dat gespecialiseerd is in het repareren van ontplofte laptops. “Meestal krijgen we dat wel opgelost”, voor een probleem dat bij ons sowieso het einde van je toestel betekent. Maar diagnose laat nog even op zich wachten.

Ondertussen een week aan de kust gezeten, een week in the cloudforest in Mindo, en enkele dagen in Quito. Op dit ogenblik in de luchthaven van Quito, gratis Wi-Fi en de enige plaats in Latijns-Amerika waar je wc papier in de pot mag. Reden van bezoek: even naar Galapagos.