A day in the life

Omdat het genre “reisverslag” al snel op zijn beperkingen botst, een tweede thematische post. Even vooruitlopen op een vraag die we zeker gaan krijgen bij thuiskomst. Maar wat doe je dan zo eigenlijk heelder dagen? Hier een willekeurige doch niet noodzakelijk zeer typische dag in het leven van.

Op kerstavond komen we toe in een nationaal park in de bergen van Chile. Kantoren zijn gesloten, waardoor we gratis binnen kunnen voor een avondwandeling van een kilometer of 8. Het is een geweldig mooi bos, met een wat bescheidener variant van de sequoia in de hoofdrol. Het is het eerste bos op deze reis dat Europees aandoet. We voelen ons in de Alpen, of in een wildere versie van de Ardennen. Na het oorverdovende nevelwoud in het noorden van Argentinië, verbazend stil: om de krekels te horen, moet je echt luisteren.

P1110656

P1110661

P1110679

P1110685

We overnachten in boshut Beri aan de ingang van het park, aan het eind van een brede aardeweg. Doordat het zo donker is in het bos, wordt ik pas om negen uur wakker, twee uur later dan gebruikelijk. Voordeel: ik moet mij niet nog een uurtje in stilte bezighouden terwijl Lore doorslaapt. Koffie gezet met onze nieuwe thermos-french press, want na acht maand on the road is onze glazen fresh press eindelijk gesneuveld. Het park is terug open. Dat geeft een kleine complicatie: er is een opzichter, en geen manier om (letterlijk) even in de bosjes te verdwijnen. Omdat we geen port-a-potty aan boord hebben, gaat ontbijten dus aan iets hogere snelheid dan gewoonlijk. Na tien minuten op de baan kondigt het rookwolkje van verbrand WC-papier eindelijk gemoedsrust aan.

P1110689

Om van Chile naar Argentinië te gaan, moet je immer een bergpas over. De weg is alweer een top-10 trip. Eerst wat landbouw: vooral fruit. We stoppen om kersen in te slaan. Het is het seizoen: 1,3 euro voor een kilo. Nauwelijks mensen, het bos botst tegen de boomgrens en de bergen schieten omhoog. Net als de temperatuur van de motor. Bij een bergriviertje wordt een plaspauze een reden om de auto wat te wassen. We testen ook uit of de bladveren inwrijven met diesel het gekraak vermindert en het comfort vergroot op onverharde wegen. Antwoord: mwaaa. Het is zonnig en lekker warm. Lore geeft het voorbeeld, en we wassen ook onszelf in het beekje. We zijn hier nu toch, dus een uitgebreide lunch. Maar eerst enkele hinderlijke, gigantische dazen dooslaan.

Grensposten staan hier niet op de grens zelf. Da’s te hoog, en dus te koud, te geïsoleerd. Omdat het kerstdag is, zijn we de enigen. Het wordt een gemoedelijke babbel in plaats van het gewoonlijke zenuwslepende gedoe. Onze papieren zijn na een recent bezoek aan Santiago beter in orde dan die van zowat alle Chilenen, dus dat zou geen probleem mogen zijn. De Argentijnse grenspost is nog 60 kilometer verder, dus we besluiten al een overnachtingsplekje te zoeken. De bergpas is amper 2500 meter hoog. Ha! – ik rol-oog zoals ik gewoonlijk enkel op ’t werk moet doen. In Peru of Bolivia is het pas een bergpas als het de 5000 meter benadert. Maar we zijn nog maar uitgelachen of we zien sneeuw naast de weg. Putje zomer, het equivalent van eind juni bij ons. It’ll be a white christmas after all.

P1110710

Een tiental kilometer verder vinden we een mirador (een parkeerplaats om het landschap te bewonderen – hier een Grieks blauw stuwmeer). Het is zes uur, en Beri is onze berglodge voor die avond. Morgen moeten we de grens over. Maar de Argentijnen doen naar het schijnt moeilijk over de import van autonderdelen. We hebben een paar stuks gekocht in Chile, maar nog niet laten monteren. Dus die gaan uit de verpakking en worden op onschuldige manier verstopt. De verpakking geeft een heerlijk vuurtje om sporen uit te wissen. Het waait behoorlijk, dus we zetten onze pootjes uit. Die hebben we nog maar pas ontdekt – twee ijzeren poten die je kan uitklappen om griezelig wiebelen in de wind tegen te gaan.

P1110742

P1110733

Joost ziet sneeuw en een berghelling. De reliëfkaart suggereert een wijds uitzicht, en wie weet is er wel GSM ontvangst om nog eens mails binnen te halen. Dus ik ga alleen de berg op, met onze gevonden wandelstokken en mijn gloednieuwe bergschoenen. Zwaar de moeite, en alweer een gelegenheid om mijn ontluikende hoogtevrees in de ogen te kijken. Het is toch een tikkeltje stijl, er is geen pad, de ondergrond zijn losse stenen. Als ik boven ben is het kwart na acht, en de zon schijnt nog volop. We blijven ons daarover verbazen, na een half jaar lang tegen vijf, zes uur in het donker gezeten te hebben. Tijdens de afdaling een typisch natuurdocumentaire-beeld. Sneeuwvlakte smelt, vult een stroompje, zaden ontkiemen van zodra ze het eerste spatje zon voelen.

20141225_201941

20141225_203811

Lore ziet sneeuw en denkt dat die heel geschikt is om haar fles witte wijn te koelen. Geheel tegen de gewoonlijke gang van zaken in, kijken we geen film, noch lezen we in een boek (op tablet of smartphone). We zitten, keuvelen, en drinken de fles helemaal leeg, omdat we merken dat ze toch bijna leeg is. We weten niet wanneer we voor het laatst met twee een fles wijn leeg kregen. Voor het slapengaan, buiten, is het koud maar niet ijzig, en steendonker. Sterren!

De volgende ochtend zijn we vroeg min of meer wakker. Aan de Argentijnse grens houdt het asfalt op, maar gelukkig is het een geweldig goede aardeweg. Het landschap blijft fenomenaal, maar langzamerhand minder spectaculair. Aan de grenspost, veel lager, worden we opgewacht door een humeurige flik die beweert de vorige nacht op ons te hebben zitten wachten, en die beweert ons een boete te moeten geven omdat we niet dezelfde dag beide grensposten hebben gedaan. Ik had dat expliciet nagevraagd aan Chileense kant, dus ik gebruik mijn combinatie van geduldig afwimpelen en geïrriteerd negeren, waarop hij ons gewoon doorverwijst naar de rest van de administratie. De rest van de grensovergang verloopt zo vlot dat hij de nachtmerrie om de eerste keer Argentinië binnen te geraken bijna doet vergeten.

P1110758

P1110764

P1110775

Advertisements

Food on the road

Bepaalde mensen hebben gesuggereerd dat we niet goed zouden eten, en aldus te mager zouden worden. Mogelijk is ons collectieve gewicht wat aan de lage kant, maar aan ons eten zal het niet liggen.

Aangezien we nog steeds vegetarisch zijn, koken we vooral zelf. Ongeveer driekwart van de Andeense voedselproductie bestaat uit gefrituurde kip met rijst én pataten én pasta, met een blaadje sla en een schijfje tomaat. Dus we hebben niet het gevoel dat we veel missen. Er zijn wel eens lokale specialiteiten die de moeite waard zijn. We eten ze niet altijd op.

20140625_132039 P1050823 - kopie

20140729_184736

DSC_0390

P1050664

 

Maar zelf koken dus, meestal. Kan ook moeilijk anders als je steeds zo ver mogelijk van dorpjes slaapt. ‘s Morgens koffie van de french press, havermoutpap met een banaan door geplet, en wat noten. Soms mag het eens wat meer zijn, maar meestal niet.

P1050927 - kopie

DSC_0595

P1050029

 

Dankzij de Nederlands uber-overlanders Landcruising Adventure, wisten we dat een stoomketel een geweldige plus was. Alles kookt dubbel zo snel klaar als in een gewone pot, en dat bespaart op de bijzonder eindige gasflessen. Pastavreters als wij zijn, is de winst niet zo heel groot – behalve op grote hoogte. Boven de 3000 meter kookt water op pakweg 60 graden. Je kan pasta dan wel gaar krijgen met veel geduld, maar al dente, da’s een moeilijke. Aangezien we beide nogal een ‘intuitieve’ kookstijl hebben, en je zo’n pot niet gewoon tussendoor even open doet, wel even wennen. Internet is dan natuurlijk redder in nood.

Ons meest voorkomende recept:

  • Giet olijfolie in de pan, verhit en voeg provencaalse kruiden, look en ajuin toe
  • Gooi er wat versneden olijven bij. Vervolgens stukjes courgette, brocoli of wat je op de markt hebt kunnen vinden.
  • Een tomaat erbij, en een pakje tomatenpuree. Een beetje water, tot je de consistentie hebt die je wil dat de saus zal hebben
  • Pasta erdoor, plus een goed glas water per 200 gram
  • Deksel erop, en goed vastzetten. Eens het goed begint te suizen, een wekker zetten voor de helft van de aangewezen kooktijd, plus dertig seconden.
  • Ondertussen kan je nog wat garnituur bakken. Doorgaans aubergine, want die verpapt als je hem meekookt. En dikwijls nog wat lokale kaas aanbakken (yummie).
  • Als de wekker gaat: raampje open en de stoom naar buiten aflaten.

Klaar!

Eten gaat van een snelle hap onderweg, tot zwaar arbeidsintensieve handelingen. Vaste waarden zijn gebakken inheemse kaas, guacamole, een slaatje met veel koriander. Als er een supermarkt in de buurt is: kaas! En indien niet: brood met goede olijfolie en zwarte peper.

20140626_163150 20140728_120959

DSC_0903

P1050035

P1050955 - kopie

 

In Chile hebben ze geen eten. Appels, peren, wortels, klaar. Peru en Ecuador hebben geweldige markten, en ook behoorlijk goede supermarkten – in de grotere steden. Bolivia heeft middelmatige supermarkten en schitterende markten in de hoofdstad, maar daar buiten is het vaak moeilijk om meer te vinden dan een rotte tomaat. Argentinië heeft nauwelijks markten, maar wel goede supermarkten. Zelfs in de kleinste stadjes kan je verse pasta en een goeie bleu versieren; en olijven en wijn zijn ook bepaald geen probleem.

P1050037

P1050298

P1050508

P1050672

P1050673

P1050677

P1050834 - kopie

P1050837 - kopie

DSC_0037