Never going back to Húanuco

Het begon in Huanuco. Da’s niet helemaal waar, het begon al in Tarapoto. En we doen even alsof het eindigde in La Paz.

Voorbij Tarapoto hadden we een klapband. 100 kilometer terug naar de stad, en direct vier nieuwe banden gekocht. We hadden er al een oogje op, omdat ze iets robuuster en breder waren – de stabiliteit kon er maar wel bij varen. Van de gelegenheid gebruik gemaakt om de rempomp te laten onderhouden, want die had een klein lek. Ook even de remmen laten afstellen, want de auto trok naar rechts bij het remmen.

De laatste fase van de Troncal Amazonico was tot Tingo Maria. Van daar eindelijk weer de bergen in – op de slechtst denkbare asfaltbaan. Van de Amazone naar de Andes is steeds geweldig, maar bij het naderen van Huanuco viel het landschap wat tegen. De stad zelf: een stoffig, rommelig gat, waar niet echt iets te beleven is. Wisten wij veel dat we er een week gingen zitten. De remmen trokken alweer scheef, en de eerste mechanieker ging dat wel even afstellen. Wij vonden dat wat vreemd, gezien de vorige al hetzelfde deed. De volgende dag, alweer scheef trekken. Volgende mechanieker wou alweer afstellen. Wij weigeren. Hij stuurt ons ter uitlijning van de wielen. Gedaan, betaald, geen veschil. Daar raden ze ons “el Negro” aan (in Peru is iedereen cholo, chino , gringo, gordo). Die schroeft zowaar de remmen open! En ziet onmiddellijk dat de remblokjes op zijn. Geen nieuwe remkit ofzo, gewoon demonteren, remblokjes opplakken en in de oven ermee. Maar enkel de voorremmen. Wij denken: de achterremmen, dat zal nog wel niet nodig zijn. Dus de volgende dag weg uit Huanuco (joepie), op alweer een vreselijke asfaltbaan. Maar na 70 kilometer hebben we nog steeds geen remkracht. Lokale mechanieker onderweg knoeit er een paar uur op los, maar geen beterschap. Voor het eerst valt ons ook op dat de remmen enorm verhitten. Terug naar Huanuco. Daar wil el Negro nu ook de achterremmen aanpakken, alvorens het probleem verder te bekijken. Tja. Een halve dag en 50 euro later hebben we verse achterremblokjes. Eerste proefrit: nog steeds geen remkracht. Ik zeg: “ik vertrek hier enkel als ik kan remmen”.  Onder luid gemor begint el Negro alles af te stellen, en zowaar, we hebben remkracht. Het is alweer avond, dus de volgende dag vertrekken we uit Huanuco. Om na 25 kilometer vast te stellen dat we nu wel kunnen remmen, maar dat ze vreselijk heet worden. We gaan naar “die andere remspecialist”, el Loco Falcon, terug in Huanuco. Die stelt de remmen af (el Negro had overdreven strak gezet), en stuurt ons weer op pad. Het is alweer avond, dus de volgende dag vertrekken we uit Huanuco. Na 50 kilometer stellen we vast dat de remmen alweer vreselijk heet worden. Dus wij terug, maar het is zondag. Dus de volgende dag naar el Loco Falcon. Die doet nu wat grondiger werkzaamheden, om het “natuurlijk slijtproces” wat te versnellen. Het is nog geen avond, dus wij vertrekken uit Huanuco. Onderweg zingt Joost van “never ever going back, never ever want to see, never ever going back to Huanuco”. Evenwel, het moet gezegd, zelden zo’n vriendelijke mensen tegengekomen als in Huanuco.

Op onze volgende stops, Huancayo, Ayacucho en Cuzco hebben we nog een mechanieker of zes geraadpleegd. Telkens vijf euro, telkens wat kleine oplapwerkjes, telkens een andere rem die vreemd deed. Dan eens was “de pomp kapot”, dan was “de brake booster kapot”, dan weer “ging het wel overgaan”. Pas sinds Cuzco lijkt het wat beter te gaan. Maar dan nog is er één rem die vreemd warm wordt.

Ik liet de naar eigen zeggen geweldige mechanieker in Cuzco nog naar een vreemd geluidje luisteren. De man is gekend in het overlandermilieu, en vindt daarom dat hij zowat 5 a 10 keer meer dan een andere mechanieker mag vragen. Die dus, scheen zich niet zo veel zorgen over geluid in kwestie te maken. De volgende dag leerden wij dat het onze aandrijfas was, want die viel er pardoes af. De auto zegt BONK, en vervolgens merk je dat gas geven geen effect meer heeft. Speciaal gevoel. Grote problemen blijken sneller opgelost dan kleine. Een gedeelde taxi nam mij mee terug naar de stad, zette mij af bij een mechanieker, die kocht het kapotte onderdeel, we sprongen in zijn wagen, en nog geen twee uur later waren we alweer op weg. Maar de vreemde bibber die pas die morgen was begonnen, die was er nog steeds (zij het minder). Pas in La Paz legde een volgende mechanieker ons uit dat een deel van de aandrijfas wat beschadigd was, en moest bijgewerkt worden. Voor een euro of zes heeft een metaalbewerker dat gedaan. Het stukje dat vervangen was in Cuzco was alweer beschadigd, alweer vervangen. Nu is de bibber zowat helemaal weg – en hebben we voor het eerste de 85 km/h gehaald!

P1100532

Je zou het bijna vergeten, maar ondertussen hebben we ook nog wat gereisd. Onze gemiddelde snelheid lag weliswaar nog wat lager dan gewoonlijk. Het toeval wil dat de route die zich uitstippelde, zowat geheel langs de oude inca snelweg liep. Dus overal een rijke geschiedenis, esthetische armoede, ruïnes achter elke heuvel, spectaculaire feestelijkheden.

 

P1100224

P1100278

P1100289

P1100305

P1100311

P1100332

P1100395

P1100404

P1090748

P1090777

P1090790

P1090816

P1090824

P1090839

P1090932

P1090956

P1100021

P1100051

 

Maar vooral, Peru. Een land waar je vooral niét naartoe moet reizen, want daarna ga je geen enkel land nog spectaculair vinden – laat staan, zegt Lore, dramatisch. Na een bergpas van 4700m volgt geen afdaling, maar een meer met flamingo’s, zwarte ibissen, vizcacha (andeskonijn met een lange staart en extréém zacht velletje). Na een volgende bergpas door de sneeuw, nog een lange beklimming. Deze keer met de zeldzame Puya Raymundii om het landschap nog wat op te spicen. Dorpjes zijn er alleen maar om je er aan te herinneren dat de rest van het landschap zo leeg is. En ook wel omdat er nu eenmaal iemand op de duizenden lama’s moet letten.

 

 

P1100151

P1100186

P1100207

P1100213

P1090699

P1100096

P1100103

P1100104

P1100130

 

Aangename verassing onderweg was nog Ayacucho. Lang een stad die men liever vergat, nu gaat het er eindelijk een jaar of tien goed – niets geen gewapende guerilla te zien. Het historisch centrum is niet geweldig groot, en omringd door een immense chaos van stad die tegen de bergen opkruipt.

Van hier naar Cuzco was vroeger een hele onderneming. Nu is het, op een stuk van 50 kilometer afzien na, een aangename route. Langzamerhand kom je in Incagebied, de geschiedenis is hier tastbaar. Cuzco zelf kondigt zich aan door de chaos die zich stad noemt errond. Opnieuw een centrum dat niet zo heel groot is, maar wat een stad. Het was voor ons beiden niet de eerste keer dat we er waren, maar Cuzco is zoals een stad in Europa: je kan er naar terug blijven komen. Klein verschil: de goeie plaatsjes bestaan hier vijf jaar later nog altijd.

 

P1100536

P1100557

P1100559

 

Omdat Cuzco op élke overlander zijn route ligt, is er een geweldige camping. Waar het vol staat met gelijkgestemde zielen die eigenlijk liever geen andere gelijkgestemde zielen rond zich hebben. Een ongemakkelijk soort gezelligheid.

20141031_083540

20141031_083548

P1100502

P1100519

P1100480

P1100533

P1100553

 

El Troncal Amazonico

Zoals eerder gemeld, is onze gemiddelde snelheid wat aan de lage kant. Hoewel Lore mij steeds onder de voeten gaf als ik vandaag iets wou doen dat ook morgen kon, sloeg dat – na enkele rekensommen- plots om. Aan een voor ons houdbaar tempo bleek het plots onmogelijk om zowel Colombia als Patagonia tijdens deze reis te bezoeken. Een probleem dat om een rationele benadering vroeg. Lijstjes werden gemaakt, met pro’s en contra’s. Facebook werd geconsulteerd. Er werd over nagedacht of onze nieuwe Colombiaanse vriendin niet gevaarlijk kon worden als we haar land niét bezochten. Het doorslaggevende argument werd uiteindelijk het comparatief voordeel van Berenjena in de twee landen. In Patagonia met je plannen in het hoogseizoen, wat in Colombia minder nodig is. Een auto huren bleek ook veel goedkoper in het laatste land. Patagonia it is then. Waarmee direct vaststaat dat we op deze reis maar één land voor het eerst bezochten, Ecuador. En waarmee ook vast staat waar onze eerstvolgende serieuze reis naartoe gaat.

Keuze gemaakt, en ook rechtsomkeer. De zon, die tot nu toe altijd da cabine verhitte, zit nu doorgaans in de rug. De kust van Ecuador bezocht, en zijn Andes afgeschreven (te beschaafd), bleef voor die terugweg enkel de Amazone over. Vier lettergrepen die bij de meeste mensen iets van een andere wereld oproepen. Een bedreigde wereld, die ten alle kosten beschermd moet worden. In Ecuador is de Amazone dat ook, maar daarbovenop ook gewoon iets dat de rest van het land financiert dankzij de olie. En bovendien een gebied waar nieuwe, maar toch vrij gewone steden zijn. En al die ontwikkeling, dat brengt natuurlijk wegen met zich mee. Wij mensen die minder beschaafde landen gewoon zijn, waren stomverbaasd en enigszins ongelovig toen we eerst hoorden dat er een schitterende asfaltweg loopt van Noord naar Zuid op de grens tussen Andes en Amazone. Bijkomend voordeel: daardoor konden we nog enkele keren de wegen tussen hoog- en laagland nemen, die in feite het beste van de hele reis zijn.

P1090579

P1090215

P1090257

P1090470

De weg in kwestie is niet eens ‘echt’ een Amazoneweg, want ze loopt heel de tijd tussen de laatste heuvels van de Andes. Grootste voordeel daarvan: iets minder stomend heet dan op de laagste stukken. En ook: op een platte Amazoneweg zie je enkel ontboste stukken, terwijl je nu ziet dat het grootste deel van de heuvels ondoordringbaar begroeid blijft.

P1090614

P1090351

 

P1090223

De Amazone verliest wat aan mystiek, en wordt meer een gewoon deel van de wereld na een paar honderd kilometer. Op den duur ga je je afvragen of er niet een deel hype aan is. Is een stuk natuur dat door de mens is ingepalmd een minder grote tragedie omdat het een minder mooie naam heeft, of omdat het langer geleden is dat het natuur was? Verdere ontbossing is natuurlijk spijtig, maar de mensen die er nu wonen mogen van mij wel blijven. Wat die zich uiteraard hoegenaamd niet gaan aantrekken en sowieso toch al gingen doen. De mensen in kwestie in het gebied waar we door raceten, zijn enerzijds verrassend veel traditionele oerwoudbewoners, anderzijds mensen die de laatste vijftig jaar uit de overbevolkte Andes wegtrokken om zich een nieuw bestaan op te bouwen. Die laatste lijken zich toch, al is het misschien onbewust, een tikkeltje schuldig te voelen. Want hier hebben ze niet gewoon schrik om overvallen te worden, maar geloven ze ook kans te lopen om de kop gesneld te worden. Want niet zo heel erg lang geleden vonden de oorspronkelijke inwoners hier het geminiaturiseerde hoofd van een dode vijand een geweldig souvenir.

Opnieuw lukt het mij niet om gewoon tegen de kolonisten te zijn: hoe mooi is het niet dat je als mens ergens kan vertrekken met niéts in handen, om ergens anders iets op te bouwen – eerst letterlijk met wat je gratis uit het bos kunt halen, maar met een langzaam stijgende levensstandaard. Want in Ecuador heb je in de Amazone bepaald niet het gevoel door een arme streek te trekken. En opvallend: geen monopolie van grootgrondbezitters, maar heel veel middelgrote domeinen. Denk 100 hectaren. Die af en toe te koop staan. En er zelfs in gecultiveerde staat verdomd aantrekkelijk uitzien.

P1090583

P1090455

P1090508

P1090527

Ergens aan het einde van een zijweg hebben we Beri even omgedoopt tot onze eigen jungle lodge. Omgeven door natuur (en één boerderijtje) zagen wij de avond begroet worden door luidruchtige toekans.

P1090499

P1090268

Helaas voor ons, en misschien gelukkig voor de natuur, kan je de Troncal de la Amazonia (letterlijk de stam van de Amazone, de hoofdweg) niet volgen naar Peru. Naast ondoordringbaarheid, heeft dat wellicht ook iets te maken met het feit dat Peru en Ecuador redelijk recent nog oorlogje gespeeld hebben over het gebied. Dus wij weer even de Andes over, en dan nog eens in Peru.

P1090555

P1090535

P1090528

Met onze verouderde kennis over Peru dachten wij, één, dat de noordelijke doorsteek van kust naar Amazone in Peru doodliep, en twee, dat de Amazoneweg die aansluit op centraal Peru dwars door guerillagebied loopt. Wat bleek: ook Peru heeft zijn Troncal de la Amazonia, want op 75 rottige kilometers na, is er een perfecte weg tussen noordelijk Tarapoto en centraal Tingo Maria. En wat die guerilla betreft… Omdat Lore, meer nog dan mijzelf, geen zin had om die tegen te komen, heb ik eerst wat research gedaan. Op internet genoeg mensen met een mening tegengekomen, uiteindelijk bleek de toeristische dienst van Peru onverwacht goed. Per mail de vraag gestuurd, en binnen twee dagen het antwoord gekregen dat de drie lokale politiecomisariaten de zone veilig verklaarden. Voor een deel dankzij diezelfden waren er de laatste twee jaar geen overvallen meer geweest op voertuigen op die baan. Voor een groter deel niet dankzij politie, maar dankzij de ronda campesina. Op het platteland in Peru is politie traditioneel afwezig en/of corrupt. En Andesdorpjes lossen traditioneel hun interne problemen zelf op. Dus is er de ronda. Letterlijk: zij die de ronde doen, ‘s nachts, om dieven te betrappen – en gepast te bestraffen. En dat houd niet alleen lokale would be criminals onder controle, maar is blijkbaar straf genoeg om zelfs gewapende drugshandelaar klein te krijgen.

P1090217

P1090335

P1090329

20140826_123220(1)

P1090320

En zo belanden wij, zonder ook maar een spoor van cocaïne gezien te hebben in Huánuco, toegang tot de centrale Andes van Peru. Een plaats waar we langer dan voorzien zouden blijven, waarover later meer.

P1090600

P1090489

Galapagos

     Zondag aan het strand, wellicht wordt dit dé herinnering aan de Galapagos. Zeeleeuwen bestuderen. Zeeschildpadden zien zwemmen, liggend in de schaduw van een giftig boompje. Zeeschildpadden of zeeleeuwen spotten die in het doorzichtige puntje van een golf plots zichtbaar worden. Zeeleguanen kruisen elkaar bij eb: rusten in volle zon, of op weg naar graasland onder water. Spelen met heremietkreeftjes. Boobies zien duiken naar vis. Kleine vogels die de kruimels zowat van tussen je tenen komen plukken. De drie andere mensen die vandaag dit strand uitkozen tolereren.

P1090195

P1090100

P1090089

P1080970

Ook wel: zwemmen met haaien, zwemmen met schildpadden, zwemmen met zeeleeuwen, zwemmen met pinguïns, zwemmen met bijna evenveel visjes als in de Rode Zee.

P1080926

P1080931

P1080891

Of nog: uren half misselijk op een boot zitten, kleine stukjes cloudforest, veel te veel weiland en te weinig groenten, landschildpadden zo groot als kleine koeien, landleguanen, fregatvogels die het eten roven uit de maag van betere vissers, of hun eigen soortgenoten beroven als die hun jongen willen voeden. Nestelende vogels die je tot op een meter kan naderen, en nog niet echt nerveus zijn. Nachtmeeuwen (jawel) die aan je voeten landen en hun paringsdans opvoeren. Zelfs hagedisjes die wegvluchten pas de moeite vinden als je voet vijf centimeter boven hun hoofd hangt.  Paden waar je onmogelijk de twee-meter regel kan respecteren omdat twintig zeeleguanen of één gigantische zeeleeuw de weg blokkeert. Na een korte conversatie begrijpt die je schroom, en maakt rustig voldoende plaats om te passeren. De intense geur van een zeeleeuwenkolonie, idem van de koeienvlaaien die leguanen leggen. De nies van een zeeleguaan, om zout uit zijn systeem te krijgen. De geeuw van een zeeleeuw, of het gezaag van een baby om te drinken, het geblaf van een dominant mannetje of de brul van een geïrriteerd vrouwtje. Een land waar de nieuwe eilanden uit weinig meer dan lava bestaan, en de oude eilanden alweer onder de zee verdwenen zijn.

P1090115

P1080561

P1080562

P1080597

P1080623

P1080640

P1090014

P1080667

P1080700

P1080777

 P1080799

 P1080814

  P1080853

   P1080957

 P1080980

P1080994

Niet Eden, niet moeilijk. We verbleven op de drie grootste eilanden, die elk een klein stadje hebben. Daar voldoende hotels, dure restaurants en winkeltjes, gratis wandelpaden en dure excursies. Tussen de eilanden zijn er dagelijks ferries, en ook wel vliegtuigjes voor als je het boten even beu bent. Wellicht de duurste twee weken van onze reis, maar alles tesamen zowat 1000 euro per persoon. Het pikt een beetje, maar we kunnen ons duurdere reizen indenken. Als je het overweegt, wel nog de vlucht Brussel-Quito meerekenen.

Paradise found

De radiostilte is voorbij. Als het wat blijft meezitten. Onze computer was een beetje ontploft, zoals eerder vermeld. Maar in Zuid Amerika is dat het einde niet. Hij is opgelapt, en werkt weer als nieuw. Een kleine euforie was niet van de lucht.

Ecuador is dichtbevolkt. Objectief: minder dan 60 inwoners per vierkante kilometer. En toch voelt het zo, zeker in vergelijking met de omliggende landen. In de Amazone zijn er steden, in de Andes is zowat alles in cultuur gebracht, in de laaglanden aan de kust is de jungle vervangen door bananen en koeien.

P1070427

Tussen hoog- en laagland is er gelukkig altijd een ondoordringbaar gebied, waar de bergen te steil zijn voor landbouw, en er zo veel regen valt dat er een woud groeit dat de ondoordringbaarheid kwadrateert. Dat stukje land, tussen Andes en Amazone, en in Ecuador ook tussen Andes en kustvlakte, is waar wij het meeste van houden. Zelfs in Bolivia weten ze daar toeristisch iets mee aan te vangen (Coroico, Samaipata). Maar in Ecuador staan ze uiteraard een stap of tien verder. Welkom in Mindo, waar ecotoerisme de grootste industrie is. Een dorpje van een straat of vier, maar wel met honderd hotels. Verdwaalde hippies, voormalige grootgrondbezitters, Europese ex-yups die nu café houden.

We verbleven op twee plaatsen. Eerst een hotelletje van de oudste familie van het dorp. Het grootste deel van hun landgoed is al lang verkocht, nu hoort er nog amper 200 hectaren land bij het hotel. Hoewel de ingang in het dorp ligt, is het grootste deel ongerept woud. Met een mooie collectie wandelpaden. Bij het dorp allerlei zotte en minder zotte dingen om de toeristen bezig te houden. Onze favoriet: de vlindertuin. Maar ook buiten de vlindertuin overal beestjes.

  P1060484

P1060494

P1070068

P1070431

P1070462

P1070494

P1070559

  P1070504  P1070526

P1070511

P1070541

P1070450

P1070563

P1070569

P1070495

P1070595

P1070614

P1070636

P1070649

P1070654

Deel twee van ons verblijf was nog beter. Symbool van het nevelwoud is de cock of the rock (tunqui, gallito de la roca, gallo de la peña). Een bijzonder lelijke vogel volgens Lore. Laat ons het erop houden dat hij speciaal is (lees: spesjaal). Elke ochtend komen de knalrode mannetjes van de streek samen om een soort van capoueira show ten beste te geven. Soms is er dan toevallig een grijs vrouwtje in de buurt is. Met wat geluk kiest ze ook nog de beste danser uit voor een onderonsje.
Dé plaats in Mindo om dat ochtendritueel te zien, bleek in Las Tangaras. Men rijde een half uur het bos in, en wandele vervolgens 45 minuten over een klein padje nog dieper in het woud. Daar een mooie chalet, gerund door een koppel Amerikaans-Colombiaanse vrijwilligers. We gingen eens kijken voor een halve dag, maar bleven uiteindelijk vier dagen. Behalve de obligate ochtendexcursie, ook nog een hoop andere paadjes in de jungle. Vanop het terras zicht op enkele kolibrie feeders. Lore wou bewijzen dat zij daar ook wel eens kon de boel komen runnen, en tegen dag drie kon zij de dagelijkse statistiek maken van de 12 soorten kolibrie die langskomen. Waarbij ze er de nadruk op wil leggen dat in de meeste gevallen de mannetjes en de vrouwtjes er geheel anders uit zien. Diezelfde dag nam ik de machete ter hand om het minst gebruikte pad wat breder te maken. We voelden ons al thuis, en vroegen uiteraard contactgegevens om er zelf ooit te gaan vrijwilligen.

P1070705 P1070829

P1070728

P1070756

P1070759

P1070767

Hoewel de kustvlakte grotendeels ontbost is, toch niet lelijk. Kleine heuveltjes met steile graslanden, met overal nog restanten bos, het heeft wel wat. Aan de kust zelf: elke vijf kilometer een ander klimaat. Droge palo santo wouden, al of niet met ceibo’s (het Zuid Amerikaanse antwoord op de baobab). Een heuvelrug verder regenwoud. In het stadje, heel de dag motregen. Het strand vijf kilometer verderop: een heerlijk waterzonnetje.

DSC_0048

P1070029 P1070033

P1070055

P1070325 - kopie

P1070345 - kopie

P1070397

Hoogtepunt van het verblijf aan de kust: walvissen! In de Dominicaanse hadden we ze al eens gemist, maar nu waren we net op tijd om bronstige bultruggen te bewonderen. Meestal is walviskijken een beetje saai: “Oh een stoomwolk! Oh een rug!”. Bronstige bultruggen daarentegen zwaaien naar elkaar met hun vinnen, steken hun hoofd verticaal uit het water om terug te kijken naar de toeristen, laten hun staart zien, springen volledig uit het water om aan de vrouwtjes te laten zien hoe sterk ze wel zijn. En de baby’s doen zo ongeveer hetzelfde, maar gewoon om te vieren dat ze leven.
De eerste excursie gingen we ook fragatas en boobies kijken (zeevogels), dus was er eigenlijk niet zo veel tijd voor de walvissen. Een dag en 200 kilometer later beseft Lore dat ze nog niet genoeg walvissen had gezien, en ik was bijzonder rap overtuigd om terug te keren voor nog een rondje walvisvaren. YOLO, zou ik zeggen (om te doen alsof we nog jong zijn en de rest zich oud te doen voelen).

P1070304

DSC_0138

P1070151

P1070253

En zo zijn er alweer twee weken voorbij, in een land waar we niet gek op zijn, maar waar zó veel geweldige dingen te doen zijn. Even de rekeningen makende, bleek, zoals de vader van mijn petekind sinds mei zegt, dat gegeven ons reistempo een jaar te kort is. Rationele argumenten op een rijtje zettende, bleek dat we beter Colombia laten voor wat het is (volgende reis bij deze gepland), zodat we wel nog in Patagonia geraken. Bijkomstig detail: dat betekent dat we nú naar de Galapagos moeten. We twijfelden lang over of en hoe we er naartoe zouden gaan. Maar toen Jane (de Britse versie van Eva Buyst) een zeeleeuw simuleerde zoals die met Lore zou snorkelen, was de kogel door de kerk. Dus boekten we een enkel ticket: want bespaar het ons om op voorhand te moeten weten hoeveel tijd we ergens voor nodig gaan hebben.

Radiostilte

En toen heb ik de computer opgeblazen. Dus even iets moeilijker om hier te posten. Na een korte zoektocht een bedrijfje gevonden dat gespecialiseerd is in het repareren van ontplofte laptops. “Meestal krijgen we dat wel opgelost”, voor een probleem dat bij ons sowieso het einde van je toestel betekent. Maar diagnose laat nog even op zich wachten.

Ondertussen een week aan de kust gezeten, een week in the cloudforest in Mindo, en enkele dagen in Quito. Op dit ogenblik in de luchthaven van Quito, gratis Wi-Fi en de enige plaats in Latijns-Amerika waar je wc papier in de pot mag. Reden van bezoek: even naar Galapagos.

 

De Andeense Ardennen

Onze eerste indrukken van Ecuador waren gemengd. Een slechte weg, niet bepaald efficiënte douaniers, daarna schitterende wegen en een iets beschaafder land. Maar dé toeristenhotspot van het zuiden maakte geen diepe indruk. Behalve dan misschien de ‘gemakkelijke’ wandeling die we deden, en waarbij een aanval van acute hoogtevrees mijn deel was.

P1050980P1050965

Verder naar het noorden Cuenca. Mooi stadje, en het leek een zeer aangename plaats om te wonen. Zo’n 7000 Amerikaanse gepensioneerden vinden dat blijkbaar ook. En een Belg met Ecuadoriaanse vrouw ook, dus er is nog lekker bier te krijgen ook.

P1060052

P1060031

Maar het begon ons hier al op te vallen dat in de Ecuadoriaanse Andes de natuur enkel in natuurparken terug te vinden is. Misschien is dat normaal, maar na Peru een beetje een tegenvaller. Overal landbouwgrond, en overal huizen. De ruimtelijke ordening is op zijn Belgisch: waar je een huis kan bouwen, daar bouw je een huis. Het weer was ook al niet geweldig: fris, veel bewolking, dagelijks regen. Neem daarbij het bijna glooiende landschap, weilanden, veengebieden en dennenbomen geïmporteerd uit Canada, en je krijgt een grote versie van de Ardennen. Niets tegen de Ardennen, in tegendeel, maar van Zuid Amerika zijn we meer spektakel gewoon.

P1060007

In een poging het tij te keren, heb ik mij naar de top van een vulkaan laten rijden (door een agentschap, niet door Lore), om vervolgens met de mountainbike naar beneden te vlammen. Bijzonder fijn, maar de vulkaan liet zich niet echt zien wegens bewolking. Vicuña’s (u kent ze nog uit Peru, ongetwijfeld) in de mist, dat gaf wel wat.

20140806_102738

P1060095P1060158

Ondertussen was Lore het interieur van ons vehikel aan het aanpakken. De extreem slechte smaak in kussenslopen en gordijnen ergerde ons dagelijks. Toen bleek dat de hele boel laten vervangen naar de schitterende smaak van Lore maar 40 euro ging kosten, was de kogel rap door de kerk. Nu is het helemaal thuiskomen. Zeker na een vermoeiende trip, en met een housewife die zelfs gekookt heeft – normaal gezien ‘mijnen branche’.

Een bezoek aan de mechanieker later (de remmen werken terug top, dank u), zijn we nu in een fijnere streek aanbeland. Voor het eerst een quasi ongerept landschap, en dat zonder dat het beschermd is. Ons favoriete beeld: hoge bergen, overdekt met ondoordringbaar nevelwoud.

P1060425 P1060432

P106046420140802_105921

Om niet geheel, maar slechts 95%, blazé te klinken, toch eindigen met nog een paar positieve noten. Nationale parken zijn doorgaans wel mooi, en vooral de details maken het af.

20140801_140016 20140801_143328  20140802_120628

P1060101P1060110

P1050974

P1050996

P1060449

De mensen, al wonen ze in grote betonnen huizen (naar het schijnt gefinancieerd door familie in de VS), zijn kleurrijk als vanouds.

P1060178 P1060183

P1060213 P1060237

P1060316 P1060321

 

Onze -geheel logisch coherente en weldoordachte – reisroute kan je als vanouds hier volgen.

10.000 kilometer

Voor haar 10.000ste kilometer hebben we Berenjena een cadeau gegeven: een frisser kleurtje. Wie haar nu nog lelijk vindt, heeft gewoon van te dicht bij gekeken. Graag ook een einde aan de Breaking Bad referenties, dank u.

20140801_162502[1]

Volgens Google Maps hadden we ook in Cuenca kunnen geraken met 5000 kilometer. Een omwegje op tijd en stond, houdt de motor warm en gezond. Maar omwegjes zijn vaak minder gezond voor het voertuig zelve. Het lijstje hieronder maakt duidelijk waarom wij eerst niet dachten ooit aan de 10.000 kilometer te geraken. En waarom we vonden dat Beri een extra’tje verdiende omdat we het gehaald hebben.

Km 0: Toeter werkt niet > nieuwe draad in La Serena

Km 0: Grijswatertank heeft geen afsluiting > mèh

Km 200: Frigo > leek definitief kapot, maar bleek OK

Km 700: Rechterspiegel los > opgelapt met magic tape, versteviging laten lassen in La Serena, extra stukje laten lassen in Nazca, nieuwe klinknagel in Chavin

Km 800: Watertank lek > mislukt in Ovalle, nieuwe in La Serena

Km 1000: Dieseltank lekt wanneer zéér vol > mèh

Km 1200: Aansluiting douche op grijswatertank afgebroken > mèh

Km 1500: Dak lekt > operatie transparante siliconen, dak blijft lekken in geval van regen. Pas bij schilderwerken in Cuenca opgelost, na drie pogingen van de professionals en twee van mij.

Km 1700: Schakelbak vast in achteruit > nieuw pompje laten steken in Antofagasta

Km 2000: Niet koud starten > in gang getrokken

Km 2100: Niet warm starten > slecht contact batterij vervangen

Km 2150: Niet koud starten > in gang getrokken, relais van de gloeibougies vervangen

Km 6000: Hechting schokdemper gescheurd > gelast in San Luis

Km 7000: Frigo schuift uit zijn plaats > stukje op maat laten maken bij Huaraz

Km 8000: Water lekt uit wagen vanachter > lekkende aansluiting gevonden en gefixt in badkamer

Km 9000: Zonnebatterij laadt niet op > zekeringen vervangen in Piura

Km 9000: Water lekt onderaan vanuit waterleiding voor afwasbak

Km 9500: Vijs verdwenen uit winch > nieuwe gekocht in Cuenca